Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3°. De Zondagsschoolonderwijzers en het Bestuur dezer Ver eeniging dienen daarom met het Genadeverbond bijzonder te rekenen.

4°. Zóó zal de Zondagsschool aan het kerkelijke leven bevorderlijk zijn.

I.

Wij plaatsen opzettelijk als eerste stelling voorop, dat het Genadeverbond de Zondagsschool niet in den weg staat, omdat, indien dit het geval ware, heel het onderwerp zijn doel zou missen; tenzij dan dat het was gekozen, om eene dwaling te bestrijden. Ter rechtvaardiging dus van het onderwerp moeten eerst eenige ernstige bedenkingen uit den weg geruimd worden. Die bedenkingen komen van twee kanten, uit tegenovergestelde richting, op, waardoor het onderwerp tusschen een kruisvuur geraakt, waaruit het — zoo mogelijk — gered moet worden. Natuurlijk komen hier eerst in 't vuur zij, die vurige tegenstanders zijn van het Genadeverbond, naar gereformeerde opvatting. Wij zouden dien vijand kunnen doopen met den naam van „Dooperschen", welke naam reeds op zichzelf genoeg is, om allen Calvinistischen Gereformeerden den schrik om 't hart te jagen. En men kan een goed Gereformeerd mensch niet meer beleedigen, dan door hem te beschuldigen, dat hij wat aan den dooperschen kant ligt. In een broederlijk debat met Gereformeerden doet men dat dan ook nooit, tenzij dan in uitersten nood, óf om er zich van af te maken.

Van die zijde dan wordt beweerd, dat de Zondagsschool met het Genadeverbond niets te maken heeft. Bij hen is de Zondagsschool eenvoudig een evangelisatiearbeid, om zielen te winnen voor Jezus. Op de Zondagsschool zitten voor hen allerlei creaturen, aan wie het evangelie gepredikt moet worden. En de vrucht van dien arbeid, onder den zegen des Heeren, is, dat een kind, van zijne verkeerdheden overtuigd, den Heere Jezus zoekt tot zijne verlossing. Zij vragen er niet naar, of die kinderen ook gedoopt zijn en hun de beloften van het Genadeverbond toekomen. Zij rekenen niet met het Sacrament des N. Testaments, met al de heilgoederen, daaraan verbonden. Zij spreken niet over den band, die er nog ligt tusschen den Verbondsgod en een Verbondsvolk. Neen, zij hebben eenvoudig te doen met kleine menschen, die, zoowel als groote menschen, bekeerd moeten worden. En zij, Zondagsschoolhouders,

Sluiten