Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naar onze overtuiging niet. Zij is ook hierin van eene school voor gewoon Lager onderwijs onderscheiden, dat zij als tak van evangelisatiearbeid dienst kan doen.

Die arbeid wil ook anderen met het heerlijke licht des evangelies beschijnen, hetzij dan ter plaatse, waar nog geen gereformeerde kerk geïnstitueerd is, of waar er buiten dien kring van Gereformeerden andere kinderen zijn, wier ouders zich om hunne geestelijke belangen weinig of in het geheel niet bekommeren. Dat zijn toch ook kinderen onzes volks, wier voorouders allicht met eere genoemd werden als leden eener Gereformeerde kerk, doch wier ouders misschien in het Ned. Herv. Kerkgenootschap verwaarloosd of van de ware leer vervreemd zijn.

Eene Gereformeerde Zondagsschool kan voor hen ten zegen worden. Maar dan moet, ook met het oog op die kinderen gerekend worden met het Genadeverbond. Het is zoo, zij zijn in geene kerk, ingericht naar den eisch van Gods Woord. Toch zijn zij allicht gedoopt. En juist omdat hunne ouders de leer des Verbonds hebben vergeten, en de Opzieners hunner kerk noch hen noch hunne ouders onderwijzen in de leer des Verbonds, is het te meer noodig, dat aan die kinderen op de Zondagsschool duidelijk gemaakt wordt, hoe de Verbondsgod niet hen, maar zij Hem verlaten hebben. Zij moeten het hooren, dat de God hunner vaderen tot terugkeer roept, en hoe de weg daartoe door den Heere is gelegd, opdat zij niet verloren gaan, maar behouden mogen worden.

Wij mogen immers niet denken: die ouders hebben moedwillig het rechte spoor verlaten; zij willen den Kerkeraad, staande naar Gods Woord in het ambt, niet erkennen; zijbehooren niet tot de Kerk — niet tot de Gereformeerde kerk — laten nu ook maar hunne kinderen met hen verdwaald en verblind voortleven! Neen, wij bidden om de komst, om de uitbreiding van 's Heeren Koninkrijk, en daarom moeten wij in zijn naam en in zijne kracht daaraan medewerken. Doch vergeten wij in dien arbeid aan zulke kinderen niet, dat er nog een band is van' het Genadeverbond, in den H. Doop gelegd, dan zal die arbeid des te grootere beteekenis krijgen. Er is dan ook nog met zulke kinderen één gemeenschappelijke grondslag; nog een aanknoopingspunt in het onderwijs ; en de Zondagsschool is voor zulke kinderen niet slechts een afhouden van pad en weg, en eene godsdienstige bezigheid, maar waarlijk een teruglokken van het nageslacht naar de paden der vrome voorvaderen.

Sluiten