Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STELLINGEN.

I. De arbeid der Zondagsschool, ofschoon voor de massa harer leerlingen niet de gewenschte vrucht dragend, is nooit, en dus voor geen enkelen leerling, geheel vruchteloos.

II. Wijl de Zondagsschool haar leerlingen slechts juist tot aan de grens van den „critieken leeftijd" kan brengen, waarin allerlei verleidende en verderfelijke machten van allen kant zich doen gelden, moet al het mogelijke worden gedaan, om den invloed van het op de Zondagsschool gegeven onderwijs te bevestigen en te versterken.

III. Dringend noodzakelijk is het daarom, dat na de Zondagsschool Vervolgklassen komen, waarin jongens en meisjes afzonderlijk vergaderen. Deze instellingen kunnen een schakel zijn tusschen de Zondagsschool en de catechisatie en onze Jongelings- of Jongedochters-vereenigingen.

IV. De plaats, welke deze Vervolgklassen innemen, en het doel, dat zij beoogen, beslissen over de stof, die er behandeld moet worden, en over de methode daarbij te volgen.

V. Het Gereformeerd karakter dezer Vervolgklassen moet bovenal uitkomen in het teeder gebruiken van en het onwrikbaar vasthouden aan de Heilige Schrift als den onfeilbaren regel voor geloof en leven.

VI. Het resultaat dezer Vervolgklassen hangt middellijkerwijs voor een groot deel af van de leiding.

Sluiten