Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

godvruchtige sterfbedden van vroeg ontslapen kinderen, staan talloos vele voorbeelden van hen, die, nadat zij boven den Zondagsschool-leeftijd waren gekomen, aan den werelddienst en het ongeloof zijn toegevallen, zoo zelfs alsof zij nog nooit den naam des Heeren over zich hadden hooren uitroepen.

Als het onderwijs voor honderden tot geloof en bekeering genadiglijk gezegend werd, moet daartegenover worden gesteld, dat het voor duizenden en nogmaals duizenden deze gewenschte. vrucht niet heeft gedragen. Bij de groote massa der leerlingen valt van het oprechte geloof en de waarachtige bekeering niets te bespeuren. Ten bewijze voor dit droeve feit beroepen wij ons op de verklaring van Stuart Roossel in „L'Ecole du Dimanche", als hij zegt, dat slechts een vijfde der kinderen, die de Zondagsschool verlaten, zich voegt bij de Kerk. Ve, d. i. dus 20 van de 100, terwijl bij de overige 80 het gestrooide zaad door allerlei oorzaken tot verstikking en versterving komt.

Hoe ontroerend dit feit ook zij, toch mogen wij het niet bezien door den bril van het ziekelijk en moedberoovend pessimisme.

Want het Woord des Heeren heeft een veelNooit geheel voudige kracht. Het keert, waar het verkondigd vruchteloos, wordt, nooit ledig weer. Altijd volvoert het het welbehagen Gods. De Zondagsschool brengt al haar leerlingen in contact met Gods Woord, en zulks niet nu en dan, maar voortdurend, heel een reeks van jaren achtereen. Dit nu kan nooit en voor geen enkelen leerling geheel tevergeefs, ten eenenmale vruchteloos zijn.

Het Woord des Heeren biedt ons niet alleen een evangelie tot zaligheid der ziel. Het brengt ons ook een evangelie voor het lichaam. Er is niet slechts een particuliere genade, die behoudend en reddend zich doet gelden ten eeuwigen leven; er is ook een gemeene gratie, waarvan een opheffende, zij het ook uitwendige zegen uitgaat op het tijdelijke en aardsche bestaan. Het Woord Gods werkt niet alleen genadegevend en levenwekkend, het oefent ook een zondebindenden en zondestuitenden invloed. Voor den leerling is, ook waar hij de wereld en de zonde dient, wat hij op de Zondagsschool leerde, meestal een remmende kracht, die hem voor geheele verwildering bewaart. Gelijk de engel Bileam op zijn reis naar Balak tegenkwam en hem in 't nauw bracht, zoo is het onderwijs, op de Zondagsschool genoten, later voor menigen leerling als een waarschuwende en dreigende gestalte, die, wanneer het hart door den lust tot

Sluiten