Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

machten van alle kanten zich doen gelden. Dat wil zeggen: de Zondagsschool laat haar leerlingen los op een tijdstip, als de wereld gereed staat, hen met open armen te ontvangen. De herder wijkt hier op het moment, als van alle zijden de listige wolven in het wijde veld achter heg en struik loeren, om het argelooze schaap te bespringen en te verscheuren. Wijl op dien leeftijd de eerste schrede op de maatschappelijke ladder gezet moet worden, staan de knapen en meisjes op hun werk bloot aan de verderfelijke invloeden van ongeloof en revolutie. Zij hooren allerlei gesprekken, op de fabriek en bij den weg, en lichtelijk worden zij daarbij door socialisme en anarchisme besmet.

In hooge mate kritiek is het tijdperk, waarop de Zondagsschool haar leerlingen loslaat.

En dit te meer, omdat die kritieke leeftijd vanwege de gevaren rondom, tegelijk is de c r i t i s c h e leeftijd, waarin allerlei vragen en bedenkingen in het jeugdige hart opkomen, die ernstig om beantwoording roepen. Gij gevoelt, alles hangt hier af van het antwoord, dat zij op die vragen bekomen.

De_ periode der kinderlijke onbevangenheid is voorbij, de jeugdige geest wordt heen en weer geslingerd in een wereld van aandoeningen, gedachten en strevingen. De zin voor het kinderlijke spel houdt op, de raadselen van het leven komen op hem aan. 't Is de leeftijd van het ontwaken der sluimerende krachten. De eerste ritselingen van zelfstandigheid gaan dan door het leven des geestes.

Op zulk een gewichtig moment des levens is loslaten volstrekt onverantwoordelijk.

Daarom moet het ons streven zijn, hen vast te houden, zoo mogelijk met nog meer kracht en ernst, dan op de Zondagsschool geschiedde.

Onder de vogels hebben vooral de watervogels met vele vijanden te strijden. Al de zorg voor de jonge eenden komt neer op de moeder. Op het land moet deze scherp uitkijk houden, opdat haar kiekens niet door roofzuchtig gedierte worden verscheurd. En als zij in het water zwemmen, worden zij uit de diepte belaagd door hongerige visschen. Menigmaal worden zij bij de pooten aangegrepen en naar beneden gesleurd, om daar te verdwijnen tusschen de kaken van een visch. Bovendien wordt het leven van een jong eendje nog door andere gevaren bédreigd. Soms is een heele familie watervogels verongelukt, wijl zij verward raakte in waterplanten op den bodem van een ondiep meer, waarin zij onderdook, om aan een vijand

Sluiten