Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boven zijn gekomen, worden nog al te veel aan zich zelf overgelaten.

De Zondagsschool ziet in haar tweede stadium, na de worsteling om het bestaan, zich ook ten plicht gesteld, om in samenwerking met de Vervolgklas, zich over die jeugdige menschen te ontfermen. Als er in oorlogstijd een zwakke plek in de verdedigingslinie is, zal men daarop in het bijzonder het oog hebben, teneinde haar te versterken; op die zwakke plaatsen werpt de vijand zich bij voorkeur met al zijn kracht. Welnu, hier is de zwakke plek in onze linie. Daarom roepen wij u met kracht tot den arbeid op. Hier is het punt, waar de vijand jonge menschen bij honderden en dnizenden wegsleept als zijn prooi.

Eenzelfde devies Zondagsschool en Vervolgklas mogen veelszins fder onderscheiden zijn, wij zouden ze toch willen der Vervolgklas. brengen onder eenzelfde devies. Gij kent de schoone illustratie tegenover het titelblad van „Jachins" Gedenkboek. Daar ziet ge een argeloos schaap tusschen hooge bergen aan den rand van diepe afgronden dwalen, terwijl de roofvogel met zijn machtige zwarte vlerken er over heen klept, om het te grijpen.

Doch zie, daar is de goede Herder, die met teedere ontferming het verlorene schaap is nagewandeld, en nu op de plaats des gevaars diep afdaalt en neerbuigt, om de reddende hand naar het arme schaapje uit te strekken. Ziedaar M. H., de schoone taak beide van Zondagsschool en Vervolgklas in een sterk sprekend beeld duidelijk geteekend. Wie aan de verwaarloosde jeugd arbeidt, moet zich diep neerbuigen. En, om zich diep neer te buigen, moet men een goed steunpunt hebben, waaraan men zich stevig vasthouden kan. Wie dat steunpunt mist, kan onmogelijk tot de diepte afdalen, waarin het verlorene ligt. Maar wie leunt en steunt op den Christus Gods, die zelf is gekomen, om het verlorene te zoeken; wie door het geloof en het gebed zich aan Hem vastklemt, zal gesterkt worden, om laag te bukken, diep af te dalen en krachtig te arbeiden. Wordt hij van het werk al eens moede, moedeloos wordt hij echter nooit — want hij weet het, dat hij van verre wandelt in het voetspoor zijns grooten Meesters.

En de arbeid door zijn verheven voorbeeld ingesteld en waaraan zoo heerlijke beloften zijn verbonden, kan geenszins ijdel zijn, maar zal op 's Heeren tijd met rijke vrucht worden bekroond.

IK HEB GEZEGD.

Sluiten