Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Zondagsschool naar en in den geest van Christus.

De groote bezwaren ontveins ik mfl niet, die er verbonden zijn aan het spreken over een onderwerp, dat in den tegenwoordigen tijd handelt over den geest van Christus. En toch meende ik, vrjjheid te hebben in de toespraak, waartoe ik uitgenoodigd werd, als een slotwoord en een opwekkingswoord aan het einde van een zoo . gewichtige algemeene vergadering, te spreken over de Zondagsschool naar en in den geest van Christus. Ernstig bezwaar kan tegen dezen term worden ingebracht. Want wie spreekt er thans al niet over den geest van Christus? Leo Tolstoï meende, dat zijn leer van weerloosheid was naar en in den geest van Christus. De Christen-Socialist is er ten diepste van overtuigd, dat zijn ideaal van maatschapptj-vorming is naar en in den geest van Christus. En allen, die wars ztfn van alle dogmatiek en alle belijning in eenige geformuleerde belijdenis, beroepen zich bij voorkeur op dien geest van Christus en zien zoo gereedelijk de uitingen van hun geest aan voor die van Jezus. Maar dat alles neemt niet weg, dat we toch dien term „naar en in den geest van Christus" mogen en zelfs moeten gebruiken. We mogen er van spreken, omdat de Heilige Schrift er ons in voorgaat.

Worden we niet vermaand: „want dit gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was" (Philipp. 2:5). Ook Paulus spreekt het uiti „maar wrj hebben den zin van Christus." (1 Cor. 2: 16). Een beroemd uitlegger voegt bij dit woord de verklarende opmerking : Zoo zou de minister van een vorst kunnen zeggen, na een intiem onderhoud met zijn koning: ik ben volkomen bekend met de gedachte van mijn meester. We mogen dus in die beteekenis spreken van een arbeid voor het koninkrijk Gods als naar en in den geest van Christus. Ja, ik geloof, dat we, zal het recht zfln, van allen arbeid voor dat heerlijk koninkrijk moeten kunnen spreken, dat htf geschiedt naar en in zijn geest. En ook z(j het mt) vergund, te zeggen, dat we er behoefte aan hebben, om telkens van dien geest van Christus rekenschap te geven en ons af te vragen, of we wel naar en in dien geest werkzaam zijn. Er dreigt voor ons zoo groot gevaar. We kunnen ons zoo ingespannen bezighouden met beginselen, die toch altijd afgeleid zfin, dat we het levend contact met den heiligen en dierbaren Persoon van Jezus Christus dreigen te verliezen. Neen, dat behoeft niet te geschieden. Maar dat mag ook niet geschiedend Het schoonste is, als onze beginselen zuiver zijn en we tegelijk met ons willen en streven, met ons werken en arbeiden in levende aanraking zün met den Heere Jezus en handelen in zfln geest, en — zij het ook

Sluiten