Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in beperkte beteekenis — kunnen zeggen : wij hebben den zin van Christus.

Maar hoe zullen we dit weten, anders dan uit het woord van zijn Evangelie en door de voorlichting van zijn Geest? Zoo we dan ook spreken over de Zondagsschool naar en in den geest van Christus, wenden we ons tot het Evangelie en in het bijzonder tot hetgeen we lezen in een gedeelte van Mattheus 18, en vooral in het 2e, 3e en 5e vers: „En Jezus een kindeke tot zich geroepen hebbende, stelde dat in het midden van hen." En bij deze treffende en onvergetelijke handeling heeft Jezus woorden gesproken, die van ver strekkende beteekenis zijn voor ons. Het is niet de eenige maal, dat we de groote opmerkzaamheid zien, die de Heere Jezus gewijd heèft aan de kinderen. Zij hebben telkens zhn bijzondere belangstelling gehad. En verre van zich te hoog en te verheven te achten, om zich met kinderen in te laten, heeft Hij telkenmale zijn aandacht op hen gevestigd. Hij spreekt van de smart, die geleden wordt, als ze geboren worden, en van de vreugde in het moederhart, als ze geboren zijn. Hij slaat ze in 't spel gade, als ze op de markt treurliederen zingen en hun makkers verwijten, dat ze niet weenen, of als ze vroolijk op de fluit spelen en hun vriendjes daarbij niet dansen. Ongetwijfeld is bij hem telkens de herinnering aan eigen jeugd geweest. Diep heeft hij in de kinderziel geblikt. De kinderzielkunde heeft Hij niet behoeven te bestudeeren, daar Hij alles wist, wat in den mensch - ook in den kleinen mensen, in het kind, was. Behoeven wh' u te herinneren aan dat onvergelijkelijke in zhn liefde tot kinderen, als Hij zijn discipelen bestraft, als Hij de moeders, die haar kinderen tot Hem brengen, vriendelijk toewenkt, als Hij hen zelf zegent en hun het Koninkrijk der Hemelen belooft? We zien nu Jezus in een huis te Kapernaum; we zien zijn Apostelen, de mannen, van wie het heeten zal, dat de gemeente op het fundament der Apostelen en profeten gebouwd wordt; de mannen, die zullen zitten op de twaalf tronen, oordeelende de twaalf geslachten Israëls. Zn" zijn nu wat opgewonden, omdat ze met elkander woorden hebben gehad op den weg over de vraag, wie de meeste zal zijn in het koninkrijk der hemelen. En wat doet Jezus nu ? Hij geeft hun aanschouwelijk onderwijs. Hij ziet een kind spelen, een knaapje, dat wellicht uit de verte verlegen naar Jezus en al die groote mannen heeft staan kijken. Hij roept het en het komt. Het komt wel wat schroomvallig, maar op zijn wijze toch dapper, Jezus neemt het bij zich. Hij omarmt het, zegt Marcus. Hn' omhelst het! Gezegend, gelukkig kind, wiens naam we niet weten, al zegt de legende, dat het Ignatius van Antiochie is geweest, en veronderstellen geleerde mannen, dat het een kind was van een der broeders van Jezus. Zijn naam zal wel geschreven staan in het Boek des Levens. Gezegend kind, door Jezus geroepen, door Hem omarmd en dan in het midden van al de Apostelen des Heeren gesteld.

Zoo groote belangstelling heeft Jezus voor een kind, Hij, die in vollen zin de vriend der kinderen is. Het is ons, of Jezus telkens het kind stelt in het midden van de .zijnen.

Als gij gelooft, dat Christus nog leeft en regeert, nog ons leidt

Sluiten