Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den arbeid voor zijn koninkrijk, dan moet ge gelooven, dat Hij in de vorige eeuw het kind geroepen heeft, het kind uit de huizen, waar Gods Woord onbekend was geworden, uit de straten en de sloppen, om het tot de zijnen te brengen, om het in het midden van hen te stellen, van hen, wier hoofd en hart vol waren en vol zijn van allerlei groote vraagstukken en vol van allerlei twistvragen. Hij is het, die de kinderen uit de groote steden wil geroepen hebben en uit de donkere, van het Evangelie der genade vervreemde dorpen! Jezus heeft deernis met de kinderen der Jeruzalemsche vrouwen, als Hij zich op zijn kruisweg omkeert en zegt: „Weent niet over Mij, maar weent over u zelf en over uw kinderen ?" Jona mag van geen ontferming weten over Ninive, God ontfermt zich over die stad en verhoort haar en zegt zelf, dat Hij het ook doet, omdat daarin meer dan honderd twintig duizend menschen zijn, zoo jong, dat ze geen onderscheid weten tusschen hun rechter- en hun linkerhand.

Zou het dan niet naar den geest van Christus zijn, als de Christenheid zich bezighoudt met de duizenden en nog eens duizenden kinderen, die in onze groote en kleine steden en dorpen rondloopen en niets of hoogst weinig weten van Hem, die kinderen riep, ze omarmde en zegende? Helaas, dat in de geschiedenis van de Zondagsschool de bladzijden moesten geschreven worden, die van tegenstand, van geringschatting melden van haar arbeiden en bedoelen; dat discipelen nu nog niet konden inzien, dat Jezus de kinderen roept en dat Hij zijn gemeente oproept tot den arbeid der liefde onder de kinderen van dezen tijd! Tegenover alle zwaarwichtig lijkende bezwaren, die tegen de Zondagsschool zijn ingebracht, kunnen we de vraag stellen, of het voor of tegen den geest van Christus is, den Rustdag te heiligen door tot de kinderen te gaan en aan kinderen te verhalen, wat Jezus ook voor hen gedaan heeft, om hen zalig te maken van hun zonden. Ziet op Jezus, willen we hun toeroepen, die een kindeke roept en het stelt in het midden van de groote mannen in het Godsrijk.

Welk een heerlijke arbeid naar den geest van Christus, de kinderen tot Hem te roepen, tot kinderen van Hem te spreken. Want dit is de diepe ellende van kinderen, van vele kinderen in onzen tijd, dat ze niet alleen een troostelooze, zoutelooze jeugd hebben, maar ook een jeugd, waarin ze nimmer hooren van Hem, die kinderen zegenen wil, omarmen, rijk maken in zijne genade. Het is niet te . begrijpen, dat er nu nog discipelen van Jezus zijn, veel minder toch dan die Apostelen, in wier midden Jezus het knaapje te Eapernaum stelde, die het niet goedkeuren, maar afkeuren, die het niet toejuichen, maar het verwerpelijk vinden, tijd en moeite te besteden, om kinderen van de straat, kinderen van scholen, waar Jezus' gezegende naam niet mag worden bekend gemaakt, maar moet doodgezwegen, bekend te maken met de zaligheid, die in den Eeniggeborene des Vaders is voor grooten en kleinen. Broeders en Zusters, houdt er u van overtuigd, en laat het u tot een sterkende blijdschap wezen, als ge de kinderen van den eenigen Zaligmaker vertelt, dat ge niet een willekeurig, een onnut werk doet, maar dat ge handelt naar den geest van

Sluiten