Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christus, die het kind ook nu roept en stelt in het midden der zijnen.

Hoe sterkt het ons, als we weten, te handelen naar den geest van Christus, den Christus der Schriften, die naar een verloren schaap zoekt en de lammeren draagt in zijn armen. Zeker, het is een niét altijd gemakkelijk te beantwoorden vraag: Wat wil Jezus, dat we in onzen tijd doen zullen ? Het is niet steeds duidelijk, hoe we handelen moeten, als we in zijn voetstappen onze schreden willen zetten. Maar dit is toch duidelijk, dat als de Christenen van dezen tijd zich wenden tot de kinderen, tot de kinderen der rijken zoowel als van de armen, ze een werk der Christelijke liefde doen, een werk naar den geest van den Christus Gods, gelijk we Hem kennen uit het Evangelie!

Zijn we daarvan overtuigd, dan is onze arbeid noodzakelijk en zal hij niet ijdel zijn in den Heerel

Maar dan moet de Zondagsschool ook zijn en arbeiden in den geest van Christus.

Wat dat zeggen wil, leeren we uit hetgeen de Heere Jezus gezegd heeft, toen Hij kindeke in het midden van zijn discipelen stelde!

In den geest van Christus is het, als we de kinderen te gemoet treden met liefde. Hij omarmt, Hij omhelst het knaapje, dat Hij roept. En als we nu op zijn last de kinderen roepen, dan moeten we ze roepen, zooals Hij het deed: met liefde; dan moeten wij ze tegemoet komen als Hij : met liefde; dan moeten wij ze ontvangen, gelijk Hij ze ontving: met liefde. Wie kinderen niet liefheeft, kan ze ook niet recht onderwijzen, allerminst in het Evangelie der rijke genade Gods. Men behoeft daarom zelf nog geen kinderen te hebben. Want het is geen zeldzaam verschijnsel, dat wie veel liefde tot kinderen bezitten, dikwijls een kinderloos huwelijk hebben en anderen, die met kinderen gezegend zijn, oog noch hart voor de kinderen en het kinderleven hebben. In den geest van Christus is de Zondagsschool, als daar de ware liefde heerscht tot kinderen, liefde voor de lieve, maar ook voor de lastige kinderen; een liefde, die hen zoekt en wint, die het beste en het hoogste voor hen zoekt. Kinderen voelen zoo spoedig en zoo nauwkeurig, of het liefde is, die hen tegemoet treedt of dat ze beschouwd worden als niet meer te zijn dan voorwerpen voor onderwijs 1 Jezus begint met zijn kinderen te onderwijzen, met hun zijn liefde te doen gevoelen.

Wij moeten de kinderen zien, gelijk ze zijn, en kennen, gelijk ze zijn. Jezus zegt, als Hij het knaapje in het midden van zijn discipelen stelt: „Voorwaar zeg Ik u, indien gij u niet verandert en wordt gelijk de kinderkens, zoo zult gij het koninkrijk der hemelen geenszins ingaan."

Hoe zag Jezus dan de kinderen ? Zag Hij ze als onschuldig'; zag Hij ze als zonder eenige zonde; heeft Hij de kinderen ooit geïdealiseerd ? Hoe zou dat mogelijk zijn, waar Hij 't menschenhart en 't kinderhart volkomen kende; leerde, dat alle zonde juist uit dat hart voortkomt, en zeide, dat niemand het koninkrijk der hemelen zal ingaan, tenzij hij wederom geboren wordt ? Maar als

Sluiten