Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jes bestaat, zal Nederland nooit een totalitaire staat worden. Daarvoor strijdt de totalitaire gedachte te zeer met het Nederlandsche karakter. Vrijheid voor religieuze overtuiging en doorwerking van die overtuiging in het staatsleven is een karaktertrek van het Nederlandsche volk, zonder welke het Nederlandsche volk zich zelf niet kan blijven. De tachtigjarige oorlog, het vuur waarin wij tot een volk zijn gesmeed, in het grijze verleden, en de schoolstrijd, het vuur waarin wij bijkans voor een eeuw politiek zijn gevormd, bewijzen het. Een totalitaire staat vindt zich zelf het belangrijkste dat op aarde bestaat. Voor het eigen bestaan acht de totalitaire staat geen offer te groot, de hoogste eer komt hem toe. Dit alles kan de Christen nooit aanvaarden. Ook al is hij bereid op staatsbevel zijn leven voor land en volk te geven, elk offer en de hoogste eer is de staat nooit waard. De totalitaire staat brengt zijn onderdanen tot staatsvergoding en dus tot een handelen in strijd met het eerste gebod: Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Juist daarom moet ieder Christen zich tegen totaliteitseischen en totaliteitswenschen keeren. Deze principieele afwijzing van den totaUtairen staat brengt niet met zich mede, dat in beginsel één persoon in den staat nóóit zeer veel macht, eventueel zelfs beslissende macht mag hebben. Een sterke concentratie van macht kan noodzakelijk zijn. In het Koninkrijk der Nederlanden zou in zulk een geval deze macht aan den Koning toekomen. De Koning blijve echter aan het recht gebonden, al was het maar, dat hij tot het raadplegen van anderen gehouden ware. En in ieder geval moet er een mogelijkheid, desnoods een beperkte mogelijkheid bestaan, dat anderen zich over 's Konings daden kunnen uitspreken. Miskent de Koning Gods geboden, dan moeten er menschen zijn die hem daarop kunnen wijzen. Er moet dus recht zijn, waaraan, omdat het recht is, ook de Koning gebonden is, hetwelk aan anderen dan den

Sluiten