Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11. WEEST STERK!

Leider: Geloofd zij den Heer. Dag aan dag draagt Hij ons. God is ons heill

Zang:

God is mijn lied, Hij is de God der krachten. Heer is zijn naam, groot zijn zijn werken t' achten, Het gans heelal is zijn gebied I

Hij staat mij bij. Hij is mijn kracht en leven, Al wat ik heb is mij door Hem gegeven;

Wat ik behoef, dat schenkt Hij mij.

Gez. 16.

L: Tot U, o Heer hef ik mijn ziel op, op U vertrouw ik.

Jeugd: Wees sterk, uw hart zij onversaagd, Gij die den Heer verbeidt!

L: Hij geeft den moeden kracht, den machteloze vermeerdert Hij sterkte!

J.: Zij, die den Heer verwachten, zullen de kracht vernieuwen.

L.: Zij lopen en worden niet moede, zij wandelen en worden niet mat!

Zang:

Gordt u aan! gordt u aanl

Gordt u moedig tot den strijd!

Op! tot werk roept God zqn kind'ren,

Weest tot zijnen dienst bereid I

Laat geen zwakheid u verhind'ren,

Komt! de Meester zelf gaat ons vooraan,

Gordt u aan! gordt u aanl

Onbevreesd! onbevreesd!

Als een krijgsman flink en trouw,

Wil ik in mijzelf bestrijden.

Wat u. Heer, bedroeven zou!

En bedwingen t' af» tijde,

't Eigenwillig hart het allermeest,

Onbevreesd! onbevreesd!

Sluit u aan! sluit u aanl

Volgt den Koning in het licht!

Wilt van Hem uw steun verwachten.

Van zijn vriend'lijk aangezicht

Straalt verblijden, dalen krachten.

Draagt uw kruis den Meester achteraan.

Sluit u aan! sluit u aan!

Jz. 104. O. N. Z. 34.

Sluiten