Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13. GODDELIJKE VERGEVING.

Leider: Looft den Heer, mijn ziel, die al uw ongerechtigheid vergeeft, die u kroont met genade en barmhartigheden!

Zang:

Loof Hem, die u, al wat gij hebt misdreven; Hoe veel het zij, genadig wil vergeven; Uw krankheên kent en liefderijk geneest; Die van 't verderf uw leven wil verschonen, Met goedheid en barmhartigheên u kronen; Die in den nood uw redder is geweest.

Ps. 103.

Ui Heer, wees ons genadig. Wij hopen op U, wees eiken morgen onze arm, onze hulp in tijden van benauwdheid!

Jeugd: Tegen U alleen heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad is in uw ogen!

Li Want onze overtredingen liggen in menigte vóór U; onze zonden getuigen tegen ons.

Zang:

O, Heer wij buigen voor U neer. Vergeef ons onze schuld! Geef Vader, ons uw vrede weer, Opdat ons hart U prijzen leer', Van eerbied meer vervuld.

Heer, overstem met diepe rust Ons luide woord en werk; Maak ons uw fluist'ren weer bewust. Dat, zacht als dauw, de aarde kust. Uw liefde ons weer versterk'!

Laud. 25. Jz. 136.

L.: Aldus spreekt de Heer: In bekering en overgave ligt uw redding, in stilheid en vertrouwen uw kracht.

J.: Heer, vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren!

L.: Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid.

Zang:

Schep in mij, o God, een rein harte, en geef mij een nieuwen, vasten geest. Verwerp mij niet, verwerp mij niet van voor uw aangezicht, van voor uw aangezicht, en neem uwen Heiligen Geest niet van mij.

O. N. Z. 117.

Sluiten