Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17. IN DE LIJDENSWEKEN.

Leo'er: God zij ons genadig en zegene ons, Hij doe zijn aanschijn over ons lichten.

Zang:

Ere zij den Vader en den Zoon en den Heiligen Geest. Als het was in den beginne. En van nu aan, tot in alle eeuwigheid.

O. N. Z. 112.

Li Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet veraerve, maar het eeuwige leven hebbe.

Jeugd: Onze krankheden, Hij nam ze op zich, onze smarten, Hij droeg ze.

L.: Hij is om onze overtredingen doorwond, om onze ongerechtigheid is Hij verbrijzeld, de straf die ons het heil brengt, was op Hem, en door zijne striemen is ons genezing geworden.

Zang:

Ja, ik kost Hem die slagen, Die smarten en die hoon. Ik doe dat kleed Hem dragen. Dat riet, die doornenkroon. Ik sloeg Hem al die wonden,

Voor mij moet Hij daar staan, . Ik deed door mijne zonden Hem al die jamm'ren aan.

Gez. 123.

Li Ik ben de goede herder, de goede herder stelt zijn leven voor zijn schapen. Daarom heeft de Vader mij lief, omdat ik mijn leven afleg om het terug te nemen.

J.: Mijn schapen horen mijn stem en ik ken ze en zij volgen mij en Ik geef hun eeuwigheidsleven.

L: Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en om zijn leven te geven als een losprijs voor velen.

J.1 Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg.

Ll Maar de Heer liet op Hem neerkomen ons aller ongerechtigheid.

Sluiten