Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zondagsschool te keeren, de Zondagsschool na te bootsen, en ook hieraan heeft Ligthart meegedaan, mee moeten doen, het was de consequentie van zijn streven.

Hoe hij dit deed of liet doen, zal ik probeeren, U uit zijne geschriften te teekenen.

Natuurlijk gaat het alleen om de hoofdlijnen; de richting, waarin dit Zondagsschoolonderwijs zich bewoog. Ook — ik moet dit tegenover sommige critici nog wel eens herhalen — bestrijd ik niet den persoon, noch oordeel ik hem, het gaat om de beginselen. Menschen sterven, beginselen blijven en werken door.

In een opstel „Kinderkerk en Zondagsschool" in Jeugdherinneringen vertelt Ligthart, dat hij als kind de Zondagsschool heeft bezocht, onderwijs heeft genoten van een zekeren Beekman, een man, die bijzonder slag had om met kinderen om te gaan.

Voor dezen man leerde hij graag de teksten en versjes en dan vervolgt hij:

„Er zijn menschen geneigd te zeggen: het was de kracht van Gods Woord, het was de werking van Zijn Heiligen Geest, die je de teksten en psalmverzen zoo graag en grif deed leeren. En dan knoopen ze hieraan een heele beschouwing vast, alsof er in die Bijbelwoorden een zekere geheime tooverkracht stak. Maar ze vernederen derwijze de zieleuitingen van een vroom gemoed tot amuletten, maken van den Bijbel een soort magisch boek. Neen, het was niet de mystieke kracht van die Bijbelwoorden. En het was toch die kracht. Maar het was die kracht, levende, werkende in het nietige persoontje van onzen Christelijken Christen.

„Ik weet van een Schoolcatechisatie ('t was niet bij mij) waar de kinderen ook teksten en psalmverzen moesten leeren, maar waar die heilige woorden absoluut geen kracht hadden. De jongens bedankten hun leermeester wel lekker, om zich wat moeite te geven en maakten van hun papiertjes, „vrome" papiertjes, propjes, waarmee ze mekaar beschoten en het lokaal ontsierden. Eens bij zulk een les maakten de bengels het zoo bont, dat de arme catechiseermeester in radeloosheid uitriep: Jelui bent van den duivel bezeten. Die heerscht hier in het lokaal. Maar straks zal de Heere Jezus zelf komen, om jelui af te straffen."

De deur ging open en binnen trad: de bovenmeester, een volslagen atheïst, die van den heelen godsdienst niets weten wou. Aanstonds waren de bengels op hun plaats en zaten doodstil.

Zijn tegenwoordigheid was genoeg, om alle duivelskunsten te bezweren.

Maar nu is de vraag: Wie was de duivel, die in het lokaal heerschte ? Was het niet de officiëele vertegenwoordiger van den godsdienst met een heel pak tekstpapiertjes? Al die machtvolle woorden werden satansmiddelen. En wie wist hier als Christus op de wateren, den storm te bezweren ? Dat was de totaal ongeloovige vertegenwoordiger van de driewerf verfoeide openbare school.

Wie meent, dat teksten zullen orde houden en opvoeden, heeft het glad mis. En toch doen die teksten het, maar niet die bloote

Sluiten