Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet in de eerste plaats brengen de boodschap van hun Kerk, maar brengen de Blijde Boodschap van Jezus Christus, den Zaligmaker der wereld.

Een tweede opmerking, waarover we iets Wilden zeggen, is deze: „We kunnen er niet aan doen, want dat 1» te tijdroovend voor de Bijbelsche Geschiedenis".

We zouden daarop willen antwoorden, dat nooit de Bijb. Gesch. er onder lijden mag. Die is en moet blijven het hoofdvak op onze scholen en we kunnen het dan ook nimmer goedkeuren, wanneer een ander Hoofd schrijft: „Van de twee uren voor B.G. kan eén gebruikt worden voor Kerkof Zendingsgeschiedenis".

Zoo komt èn de B.G. èn de Zending te kort. Lens schreef indertijd al in de „School m. d. Bijbel": „Voor mij is er geen sprake van achterstelling van het Bijbelsch onderwijs bij het Zendingsonderwijs. De Zendingsgeschiedenis dient me veeleer slechts als projectie der Bijbelgedachten in beelden van onze eigen dagen". En Wielemaker heeft in zijn „School en Zending" ook nimmer bedoeld, dat de B.G. wel voor een kleiner of grooter gedeelte vervangen kon worden door een Zendingsles. Maar wel, dat bij de B.G. telkens de Zending kon worden ingevlochten, in de lagere klassen alleen met een enkele verwijzing en het aanbrengen en aankweeken van de Zendingsgedachte (beeldendienst, menschènoffer, heidendom) en in de hoogere klassen, waar de B.G. reeds meer bekend is, daar kan de Zending de illustratie of het vergelijkingsmateriaal leveren bij tal van geschetste toestanden en verhalen. Doet men het op deze manier, dan verliest de B.G. er niets bij, zal er zelfs nog bij winnen.

„Wij bezoeken geregeld een Museum voor Ind. Kunsten gebruiksvoorwerpen en aan het primitieve en barbaarsche kunnen de leerlingen zien, dat de Zending moet werken", zoo schrijft een ander Hoofd.

Zeker de Zending werkt vaak in landen met primitieve bevolking en barbaarsche zeden en gewoonten, maar.... ze werkt ook in andere streken, waar van barbaarschheid geen sprake meer is. Als de schrijver van dezen zin eens op Java kwam en daar in aanraking kwam met de Javaansche bevolking of met de Chineezen, dan zou hij zien, dat die menschen een beschaving hebben, waar wij, Westerlingen nog wel eens een lesje aan zouden kunnen nemen, ook al zijn hun zeden en gewoonten : „anders" dan de onze. Maar.... de Zending gaat niet naar Heidenen en Mohammedanen om verbetering .te brengen in: itt-barbarendom of

Sluiten