Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VRAAGT DIT OFFER VAN ONS, maar ons Bestuur. Niet God wil het zoo, maar wij, of liever ons kind is slachtoffer van menschelijke theorie, in vroomheid opgebouwd en nochtans —een verderfelijke. Het kan niet waar zijn mijne HH, dat we nu klaar zijn met de opvoeding van onze Maria, nu ze 6 jaar is, dat kan niet waar zijn, die opvoeding begint nu pas. Die opvoeding mag niet door vreemden geschieden, die MOET door de ouders zelf geschieden, 't Kan niet Gods wil zijn, dat we nu onze Maria, en over twee jaar onze Gerrie en over 4 jaar onze Herman zoo successievelijk de deur uitwerken, de vreemde, onbekende wereld in, aan anderen overlatend hen op te voeden, 't Kan niet waar zijn, dat dat Gods wil is. 't Is voor de kinderen TE wreed. Als dit de weg is, dan voel ik veel voor 't gedwongen celibaat. Als 't moet, zooals 't thans is, hebben de Roomschen gelijk met 't uitzenden van ongehuwde missionarissen. Als wij onze kinderen op zesjarigen leeftijd van ons moeten verstooten; als we ze de wereld insturen op zoo jeugdigen leeftijd, als wij hen op zesjarigen leeftijd reeds de ouderliefde ontnemen, en ze aan vreemden, lieve, beste menschen, familieleden soms, maar toch vreemden, overlaten, DAN MOGEN WE GEEN KINDEREN KRIJGEN. — U weet, mijne H H, hoe ik me altijd allereerst Zendeling gevoeld heb in eigen gezin; U kunt dat lezen in mijn jaarverslagen. De woorden van de Genestet:

„Zij 't officieel gewaad ook nog zoo eêl van sneê", „Den Christen kent men eerst in 't huislijk négligé",

haalde ik daarbij steeds gaarne aan. Maar nu komt het ongerijmde, nu zeggen we tegen God: „Neen, Heer, de kinderen, (we hebben er thans drie) die Gij ons gegeven hebt, die zieltjes, waar me met groote zekerheid invloed op kunnen uitoefenen (zeker, onze kinderen kunnen verloren gaan, op den verkeerden weg komen, dat ligt niet in onze hand, maar op onze kinderen hebben we als ouders invloed, grooten invloed, dat zal wel

Sluiten