Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oog, alsof hij daarvan de les moet aflezen. Dit merken de

kinderen gauw genoeg, en allicht zijn er een paar, die er

pleizier in vinden de orde te verstoren.

* * *

Hebben we gezien, wat er alzoo vermeden moet worden, om geen wanorde te krijgen, we willen ntf ook nagaan, hoe men in positieven zin moet handelen, om de zaken rustig te laten afloopen.

Zooals we reeds zeiden, 't moet rustig zijn bij het binnenkomen, en de leerlingen gaan dadelijk naar hun plaats. Precies op tijd wordt begonnen. Laat zoo mogelijk, — en naar we hebben kunnen nagaan, is dit met „Jachins" rooster heel goed te doen. — het geleerde versje zingen. In het gebed zij men kort, eenvoudig en ernstig. Spreek bedaard, en niet te luid. Bij het overhooren blijve de onderwijzer vóór de klas staan, en late de kinderen het versje één voor één opzeggen, terwijl de anderen er naar luisteren. Is de klas zóó groot, dat dit te veel tijd in beslag zou nemen, dan kan men er gerust een paar, waarvan men zeker weet, dat ze het opgegevene kennen, overslaan. Natuurlijk niet altijd dezelfden. Als men het geleerde versje laat zingen, en dan z'n oogen goed de kost geeft, kan men ook wel merken, wie niet overgeslagen moeten worden bij het overhooren. Of als men per se allen leerlingen een beurt wil geven, laat dan de helft opzeggen, of maak gebruik van assistenten, maar dan zóó, dat ge zelf vóór de klas blijft en die in het oog houdt. De aandacht der leerlingen kan ook gespannen worden, door een enkele vraag te stellen, waaruit blijken kan of het geleerde begrepen is.

Over het algemeen mogen de kinderen graag zingen. Daarom is het aan te bevelen het lied op de Zondagsschool te houden of te brengen. Nu kan men niet van alle Zondagsschoolonderwijzers verlangen, dat ze opperzangmeesters zijn, maar hier kunnen de assistenten goede diensten bewijzen. Licht zal er onder deze helpers wel een zijn, die 't zangkwartiertje voor z'n rekening nemen kan. Als er mooi gezongen wordt, zullen de kinderen er hoe langer hoe meer van gaan houden, en het zal blijken, dat de zang niet alleen uit het oogpunt van Evangelisatie bezien, moet aanbevolen worden, maar ook, dat het een heel goed middel is, om de orde te bewaren.

Bovenal moet de vertelling boeiend zijn, en de aandacht der kinderen trekken. Vertellen is een kunst. Er zijn menschen, die geboren vertellers zijn. Maar dit is niet zoo heel velen gegeven. Een kunst is er echter, om beoefend te worden, en door oefe-

Sluiten