Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te schatten, en ze geeft ons de voorbeelden, hoe pijlen in eenvoudigheid geschoten een wending kunnen geven aan heele veldslagen, en hoe slapelooze nachten soms aanleiding zijn, waardoor kroniekboeken te voorschijn worden gehaald, die op hun beurt weer medewerken moeten, dat een heel volk niet wordt uitgemoord, maar in het leven behouden.

Onze fout is (en het is een kapitale, hoewel eenigermate vergeeflijke fout!) dat wij telkens de samenschakeling der dingen uit het oog verliezen, en ons blind staren op één enkel punt. Geen wonder, dat we dan een volkomen verkeerd waardeeringsoordeel vellen. We zullen derhalve naar Gods eisch handelend, goed doen, door met de allergrootste trouw ook dien allereenvoudigsten arbeid te doen, geen enkele klas en zelfs geen leerling te gering achtend.

Heel de wereld wacht op den grooten man, die het verlossende woord zal spreken, of liever, die de verlossende daad zal doen, nadat zooveel woorden volkomen onnut en ijdel zijn verspild; ook de Kerk wacht op de groote mannen, waaraan in groote tijden zooveel behoefte is, de nieuwe Calvijns, Wicherns, Kuypers, Bavincks — wie weet, of ze niet zitten als simpele Zondagsschoolkinderen in onze kleine Zondagsschoolklas! Zeer vaak is gebleken, dat de meest beteekenisvolle figuren in de Kerk en daarbuiten, gewonnen werden door de Evangelisatie.

Hoe groot de beteekenis van het kleine kan zijn, blijkt ten deze allerduidelijkst uit de historie van het kleine meisje, dat haar evangelisatie-roeping zoo uitmuntend bleek te verstaan, dat er een zegen van eeuwen uit voortgevloeid is. Ge verstaat van verre, dat ik het meisje van Naamans huisvrouw bedoel. Deze verwijzing, ik geef het grif toe, is niet nieuw, maar wellicht zijn enkele détails daarvan wèl nieuw, en om deze détails is het mij in dit verband juist te doen. Hoe kwam dat kind in die omgeving? Syrische ruiters hadden een inval gedaan, een strooptocht in Israëls landpalen; stel het u even voor: lansen blinken, zwaarden kletteren, zandwolken stuiven op onder de hoeven van de ruige paarden. Alles wat beenen heeft, vlucht zoo snel het kan. Maar zie, ergens op een hoeve zit spelend een halfnaakt, bruin kindje; heeft het geen moeder meer, of zijn de roovers de moeder te vlug af? In elk geval buigt zich een der ruiters lachend naar den grond, pakt met sterke, ruwe vuist het verschrikte, gillende schepseltje, dwingt het in den zadel, en draagt het als buit weg. Door dezen roover wordt echter tegelijk de traditie, de kennis der waarheid, gedragen naar een

Sluiten