Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Drie dingen liggen voor de hand, die onze aandacht vragen: we hebben wijsheid van noode; we moeten onze wijsheid van God hebben; wij zullen onze wijsheid van Hem ontvangen in den weg des gebeds.

Psalm 119 : 9, 17.

Doe bij uw knecht weldadigheid, o Heer! Opdat ik leev', uw woorden moog' bewaren,

En dat uw Geest mij ware wijsheid leer', Mijn oog verlicht", de nevels op doe klaren;

Dat mijne ziel de wondren zie en eer', Die in uw wet alom zich openbaren.

Leer mij, o Heer! den weg door U bepaald; Dan zal ik dien ten einde toe bewaren.

Geef mij verstand, met godlijk licht bestraald, Dan zal mijn oog op uwe wetten staren;

Dan houd ik die, hoe licht mijn ziel ook dwaalt, Dan zal zich 't hart met mijne daden paren.

I. Niets behoort zoozeer tot het fundament van het Christelijk leven als de wijsheid. Ze is niet slechts een bepaalde Christelijke genadegave, maar ze is van elke gave het fundament, de geestelijke achtergrond.

Jacobus spreekt hier van de wijsheid in onmiddellijk verband met de verzoekingen, waaraan Gods kinderen kunnen blootstaan en de lijdzaamheid, waarin die verzoekingen moeten vrucht dragen. Maar dit woord heeft bovendien een zeer algemeene en ver reikende strekking. Dat we wijsheid van noode hebben, geldt voor heel het leven van den Christen, gelijk voor de enkele momenten van het leven. Dat we naar deze gave hebben te staan, moet ons eiken dag vervullen, en kan evenzeer in bepaalde concrete gevallen ons geheel en al doordringen.

Wat is nu deze wijsheid?

Ze is als het licht der oogen, waardoor we zien. Ze is de lamp der ziel, die schijnt in de binnenkamer van ons hart. Deze wijsheid is daarom heel iets anders dan geleerdheid, die bestaat in een zekere mate van kundigheden, die wij ons hebben eigen gemaakt. Ze is de klare notie, het heldere inzicht, waardóór we spontaan blikken tot op den bodem der dingen.

Gelijk ze ons wordt geteekend in de H. Schrift, zijn bepaaldelijk drie dingen kenmerkend, om haar wezen te verstaan.

In de eerste plaats treedt ze in de Schrift steeds op in verband met de vreeze des Heeren, die het beginsel der wijsheid wordt genoemd. Die vreeze des Heeren is de wortel van alle waarachtige religie. Ze is het levendig besef van de tegenwoordigheid Gods, het innerlijk ontwaren van de nabijheid des Heeren. De vreeze des Heeren is het trillen van de snaren der ziel voor den adem des Almachtigen. Ze is het aanraken der ziel aan God. De ware wijsheid is dus innig verwant aan het waarachtige kennen des Heeren, en ze wortelt daarom in het geloof.

Ten tweede wordt ons de wijsheid in de Schrift concentrisch voorgesteld in den Heere Jezus Christus. Hij de Zon, wij de stralen, die

Sluiten