Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het doel, wanneer het kind zonder daarover te redeneeren, gevoelt: wat mij wordt aangediend, betreft mijn levensbelang. Dit is de rijke vrucht van de Zondagsschool, wanneer het kind tot het woord, waarvan het ontwaart dat het met liefde tot hem wordt gebracht, zich neigt en het indrinkt als zijn waarachtig levensbelang. Dan brengt het kind ook zijn eigen zielskrachten in beweging om het te verwerken.

Nu biedt de Heilige Geschiedenis, de hoofdstof op de Zondagsschool, daartoe de grootste voordeden. Wat het kind belangstelling inboezemt, realist als het is, is het drama. En de geschiedenis laat de waarheid zien in levende beelden. Het vertoont de Openbaring in actie en biedt een kvendig schouwspel. En dat juist werkt op de verbeelding. De Heilige Schrift bekoort, wanneer haar helden, de helden des geloofs, voor liet oog ten tooneele worden gevoerd. Een Mozes, een David, een Paulus. Die helden imponeeren. Ze wekken bewondering. Ze wekken geloof. De Heilige Schrift trekt met haar wonderen, met haar idealen. De Heilige Schrift biedt, wat voor elk hart de hoogste intresse levert, den Christus Gods. Ik durf beweren, dat niets in staat is zóó te boeien als het Kind in de kribbe, de Heelmeester der kranken, de Herder der schapen, de Ma* van smarten, de Heiland aan het kruis, de Zaligmaker ook van kinderen.

We hebben wijsheid van noode, ook om het kind te redden.

De Zondagsschool moet geen oogenblik het doel uit het oog verliezen.

Ze is Evangelisatie-middel, dus, middel om het evangelie van Christus als kracht ter eeuwigs behoudenis den kinderen te brengen, opdat ze met verloren gaan. Middel om kinderen te veroveren op Satan en op de macht der zonde.

In zeker opzicht is de taak der Zondagsschool moeilijker dan die der catechese. De catechisatie toch vereenigt de kinderen uit denzelfden kring, en uit den kring, die ons lief is. Maar de Zondagsschool vergadert ze uit allerlei kring, waartegen we hebben strijd te voeren. En nu is het kind voor een groot deel, wat het door zijn omgeving is geworden. En van die omgeving vindt het een bondgenoot in zijn eigen hart.

Wat dunkt u, hebben we geen wijsheid van noode, om te redden? Heeft niet iedere onderwijzer en onderwijzeres wijsheid noodig bij ieder kind ? Heeft de Kerk des Heeren geen wijsheid noodig, die op de Zondagsschool als middel ter evangeliseering de hand heeft gelegd? Heeft onze Vereeniging niet wijsheid noodig, die zich wijdt aan het Zondagsschoolwezen, en dit verder zoekt te brengen? Welnu, indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begeere, die een ïegehjk mildelijk geeft en niet verwijt.

II. We moeten onze wijsheid van God hebben.

Deze gedachte brengt ons in tegenstelling met den tijdgeest.

Zeker, onze tijd grijpt naar het kind. En ze doet dit goeddeels met nobele bedoelingen. Maar die bedoelingen zijn van zuiver humanistischen aard. De mensch staat daarbij geheel in het centrum.

We kunnen zelfs niet zeggen, dat onze tijd irreligieus, ongodsdienstig is, sommige atheïstische richtingen nu daargelaten. De religie neemt veeleer bij den modernen mensch een voorname plaats in.

Sluiten