Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze spreekt tot het hart, in haar rijkdom, in haar beteekenis voor het leven, in haar noodzakelijkheid om zalig te worden. En wie kan dit anders schenken, dan de Geest der waarheid, die verstand geeft met goddelijk licht bestraald ? Van God de liefde om het kind te redden.

Daartoe moeten we afdalen in diepten van zonden en ellenden, van duisternis en gevaar. Het kind niet loslaten in den maalstroom der ongerechtigheden, en, zonder te wanhopen, het niet prijsgeven, maar vasthouden, totdat het ten doode gegrepene op den oever des behouds is gebracht. En hoe zal dit kunnen, tenzij het gevoelen, dat in Christus Jezus was, ook woont-in ons?

Van God onze wijsheid, die het groote Middel der redding gegeven heeft in den Zoon zijner liefde.

Neem den Heere Jezus uit onze Zondagsschool weg, en ze is niet meer.

Ze mag Zondagsschool heeten, niet alleen omdat ze op den Zondag wordt gehoüden, want dit is eigenlijk iets bijkomstigs, maar omdat ze een school van dien dag is, aan het wezen van den Dag des Heeren verwant. In haar werken de krachten van den levenden Christus, omdat in haar werkt het Woord. Hij is er de Leeraar. De geschiedenis van de Zondagsschool, rijk aan verrassenden zegen, is er, om te bewijzen, dat het leven van Christus in haar strijdt met den dood. En nog roept Hij daar aan zijn voeten arme, verloren kinderen, om ze zalig te maken. Daarom, van God onze wijsheid, die alzoo hef de wereld heeft gehad, dat Hij zijn eeniggeborenen Zoon heeft gegeven, opdat een iegelijk, ook een iegelijk kind, dat in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

Van God onze wijsheid, want heel ons werk is op het diepst van Hem afhankelijk. Planten en natmaken mogen we, maar de wasdom is van God. En als nn het hoogste, de wasdom, het leven en de levensgroei en bloei van Hem is, zouden wij dan het mindere, het planten en natmaken willen doen buiten Hem ? En we zagen, hoeveel wijsheid bij dit werk noodig is, en in hoeveel we te kort schieten.

Maar we gaan tot onzen God, die rijk en alles vervullend is.

Die mildehjk geeft en niet verwijt.

Er ligt een fijne trek van het geven Gods in deze woorden. Letterlijk staat er, dat God eenvoudiglijk geeft. Als Hij geeft, is het Hem ook wezenlijk alleen om het geven te doen, zonder bijbedoeling, waardoor er voor den ontvanger een onaangename kant aan is, zoodat hij zich in het ontvangen eenigszins gekrenkt moet gevoelen. Het is een zuiver welmeenend geven.

Wij menschen geven zelden zóó, dat het een echt, onvermengd geven is, zonder onaangenamen bijsmaak voor den ontvanger. Door ons beknibbelen en verwijten is meestal het mooie van ons geven af. Maar het geven Gods is onovertroffen schoon, omdat het louter geven is.

En gelukkig voor ons, want we moeten geheel van gegeven goed bestaan en arbeiden.

Van Hem onze plaats in dit diep zondige, verdorven leven, onder die duizendtallen kinderen, die wankelen ten doode. Van Hem onze roeping om het evangelie-net uit te werpen. Van Hem onze kracht om

Sluiten