Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PETRUS.

I. Visser van mensen

Zolang hij zich kon herinneren had Simon met zijn vader Jona en zijn broer Andreas gewoond aan het mooie meer van Galilea. Als kind had hij er gespeeld en in 't water gestoeid en gezwommen. Toen hij een man was geworden, was zijn leven in beslag genomen door het vissen en 't her¬

stellen der netten. Hij was visser in hart en nieren. En toch had hij op zekere dag met zijn broer Andreas de netten maar zo in de steek gelaten. Hoe dat kwam?

Op die dag was Jezus, die zelf ook zijn schaafbank had verlaten om de roepstem van God in zijn hart te volgen, tot hem gekomen en hij had tot hem gesproken: „Volg mij en ik zal u tot een visser van mensen maken". — Dat alles was nu al lang geleden en toch had Simon geen ogenblik berouw gehad van zijn besluit. Hij had geleerd te luisteren met geheel zijn hart als de Meester het „Zalig zijt gij als de mensen u smaden en vervolgen en allerlei valse beschuldigingen tegen u spreken om mijnentwil" uitsprak of wanneer Jezus hem en de andere leerlingen zijn gelijkenissen nader verklaarde als ze samen met hem wandelden door een korenveld of langs de oever van het meer. Hij

R. Oostra, Het jaar rond ..^ III Van Gorcum & Comp. N.V. —• Assen *

Sluiten