Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weet dat elders zeer onaangename opmerkingen achter uw rug worden gemaakt. En vandaar dan ook dat slechts zeer weinigen voor zulk een ondankbaar||werk te vinden zijn ; dat de meesten zich terugtrekken zoodra ge hun hulp inroept ; dat men zich gaarne tot alles bereid verklaart in den dienst des Heeren, behalve tot het inzamelen van giften en gaven. Een redevoering houden ? Met genoegen. Een muziek-uitvoering op touw zetten ? Gaarne. Naaien, breien, stoppen, thee schenken, dansen zelfs „voor de armen" ? Heerlijk. Dagblad artikelen schrijven, boeken desnoods, als men daartoe in staat is ? Met alle liefde. Maar bedelen? neen. Dat vindt men beneden zijn waardigheid; dat kost te veel moeite, daar moet men zich te veel voor inspannen, dat berokkent vaak een al te onheusche bejegening.

Nu, daar staat niet in onzen Bijbel, dat Paulus bijzonder gesteld was op den arbeid, waarin wij hem heden gadeslaan ; dat het zijn lievelingsbezigheid was, een aanval te doen op de beurzen der leden zijner menigvuldige gemeenten. Wij zouden eerder geneigd zijn een tegenovergestelde conclusie te trekken uit hetgeen wij in de brieven lezen.

Paulus toch was uitrest kiesch in geldzaken. Hoewel arm, en vaak gebrek lijdende, wil hij geen enkele gemeente tot last zijn, en voorziet hij als tentenmaker, met zijn eigen handen, in zijn onderhoud. Ja, hij gevoelt zelf wel, dat hij in deze een weinig te ver gaat, dat zijn houding niet tot algemeenen regel zou kunnen worden gesteld ; met nadruk wijst hij er op, dat het de plicht der gemeente is, de voorgangers, die hun leven wijden aan geestelijken arbeid, van stoffelijke zorgen te ontheffen, en hij zelf dankt de Filippiërs voor de spontane hulp die zij hem brachten in zijn nood te Rome. Maar hij wil die gemeenten, die nauwelijks aan het heidendom-waren ontworsteld, geen verkeerden indruk geven ; hij wil tevens zijn recht op het Apostelschap, dat sommigen hem dorsten betwisten, boven allen twijfel verheven zien, en daarom neemt hij tegenover zijn bekeerlingen een houding aan, die als regel onmogelijk is, maar in zijn speciaal geval van fierheid en karakter getuigt.

Wij kunnen dus best begrijpen dat Paulus, van nature, een zekeren tegenzin moet hebben gehad in het collecteeren,

Sluiten