Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij hebben Paulus aan het. collecteeren gezien en van hem menige les ontvangen, of laat ik liever zeggen : wij hebben geleerd van zijn Meester en onzen'Meester, die de harten neigt als waterbeken.

Wij willen thans onze aandacht vestigen op de gevers, op de Corinthiërs, om elkander nog eens te herinneren wat en hoe wij geven moeten, want ach! wij zijn zoo spoedig geneigd te vergeten wat onze roeping in deze is, wat God in deze van ons verlangt.

Vooreerst dan wijst Paulus er op, met den meest mogelijken nadruk, dat er veel moet worden gegeven. Veel. Wat is dat ? Want alles is betrekkelijk. De Farizeërs, die bij het uitgaan van den Tempeldienst goud en zilver wierpen in de schatkist, gaven weinig, en de weduwe die twee penningskens offerde, gaf veel, zeer veel, meer dan allen te saam. Vandaar dat Paulus geen directe aanwijzing geeft, geen algemeenen maatstaf aanlegt. Hij wijst alleen op het voorbeeld .der gemeenten van Macedonië, die ,,in den overvloed hunner blijdschap", gelijk hij het uitdrukt, en ,,in hunne zeer diepe armoede" overvloedig geweest zijn „tot den rijkdom hunner goeddadigheid." „Want, gaat hij verder, zij zijn naar vermogen (ik betuig het) ja boven vermogen gewillig geweest." Boven vermogen! Dat gebeurt niet vaak. Dat is een zeldzaam geva'. Het schijnt dat Paulus er zelf verlegen mee was, want zij hebben hem zachtkens geweld moeten aandoen. „Ons met vele vermaning biddende (hoe heerlijk collecteeren als de menschen u bidden hun bijdrage aan te nemen!) dat wij wilden'aannemen de gave en de gemeenschap dezer bediening, die voor de heiligen geschiedt." Toch keurt Paulus af, dat men zijn krachten overschat, zij het dan ook uit liefde. Voor een zeldzaam geval moge men de grenzen overschrijden, als regel mag dit niet geschieden. Het gez;n, de eigen familieleden vóór alles ; die mag men nimmer verwaarloozen, nimmer tekort doen, onder welk voorwendsel dan ook. Een gebrekkige grootmoeder, een arme tante, een ongelukkige nicht niet te vergeten.

Hoe, zijn er Christenen, die zichzelf in weelde baden, huis aan huis trekken, akker aan akker, en hun familie, wanneer zij niet tot de onmiddellijke omgeving behoort, maar over-

Sluiten