Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hemi voor oogen het voorbeeld van dien drenkeling die, zelf gereid, . onmiddellijk weer te water sprong om zijn broeder te zoeken, die nog steeds worstelde met de golven en reeds in de diepte wegzonk*.

* * *

Zoo keeren wij dan ook vanzelf tot ons uitgangspunt weder, daar de roeping der Kerk, als geheel, geen andere kan zijn', in, haar diepste wezen, dan die van den geloovige afzonderlijk. W?J Spraken van die innerlijke verdeeldheden, die Paulus zooveel! verdriet veroorzaakten, die ook thans met meer kracht dan ooit bestreden moeten worden? Wel, een gemeenschappelijk optreden! naar buiten is het beste remedie tegen den inwendigen strijd en het onderling gehaspel. Ongetwijfeld, de tegenstelling .„wereld" en „Christus", „geloof" en „ongeloof', blijft. Maar, vooreerst, zal de Kerk bedenken^ dat zij nooit één gedoopte mag prijsgeven of aan het heidendom overlaten. En dan zal zij;, ook als Kerk, zich deel voelen van "het geheel. Farizeesche afzondering zal haar vreemd blijven. Het eigengerechtig „Wijk van mij, want ik ben heiliger dan gij" zal zij uit alle macht bestrijden. Vrijwillig zal zij bhikken, en steeds dieper, onder de schuld van het geheel. Zij zal niet als Dante, de beulen van den Heiland! in de diepste diepten der hel plaatsen, aan gansch bijzondere martelingen ten prooi, zij zal haar zonde ook' in de grootste gruwelen aanschouwen. Zij treedt tusschenbeide, gelijk een Abraham, zelfs voor Sodom en Gemorrha (Gen. 18:22 v.v.). Zij pleit met- Mozes: „Vergeef hun hun zonden, o God; doch zoo niet, delg mij nu uit uw boek, hetwelk gij1 geschreven hebt" (Ex. 32:32). Zij' belijdt met een Jeremia en een Daniël: „Wij hebben overtreden, wij zijn weerspannig geweest.. wij hebben

tegen u gezondigd " (Klaagl. 3:42; Daniël 9 : 8, 20). 23j

«Toept uit met een Paulus, op het hoogtepunt des geloof s: „Ik zoude zelf wel wenschen verbannen te zijn van Christus, voor mijne broederen die mijne maagschap zijn naar het vleesch." (Rpm. 9 : 3). Eén voelt zij zich nilet het verleden: in de zonden, ellenden, smarten van haar tijd de straffende hand der hemelsche gerechtigheid ziende, doch ook bekennende in de zegeningen, die wij genieten, de barmhartigheden en goedertierenheden van haar God. Eén voelt zij zich mlet het heden: Roomsen, heiden, Mohamedaan, in één liefde omhelzende en allen predikende den weg des behouds (kan men Christen zijn en geen zendingsman?). Eén. voelt zij

Sluiten