Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of sosialisties keurslijf, keten zijn denken, zijn handelen aan het dikste dogmatiese kabeltouw en opeens breekt hij al zijn zelen in overmoedige kracht.

De mens is grimmig boos. Prachtige beloften keurige wetten, schitterende sosiale bepalingen, goed georganiseerde vakbewegingen, perfekt werkende maatschappelike inrichtingen, alles werpt de mens om als de onstuimige levenskracht losbreekt en de mens als een bulderende orkaan door de maatschappij vaart.

Vulkaniese zondeuitbarstingen komen nog voor en wee de fijnste sosiale wetgeving, de schoonste maatschappijbepalingen. De mens is een 1914-wezen. Hij moet soms oorlog voeren en gaat dan als een dolzinnige, een razende, als een geweldenaar te keer. Zo is de mens, zo was hij alle eeuwen, hij is soms één stuk onredelikheid.

De mens zal door geen sosialistiese maatschappij veranderen. Hij gromt en bijt nu eenmaal. Dat maaEt, dat ons de vorm der maatschappij sekundair is. Dat maakt dat wij niet warm kunnen worden voor het sosialistiese stelsel. Het maakt ook, dat wij de gang en de ontwikkeling der samenleving niet door allerlei aptekersmiddelen wensen te bespoedigen of te breken. Wij laten groeien. Alles wordt en verwordt. Ook de maatschappij. Wij laten evolueren. Wensen het rad der samenleving niet terug te draaien. Wij wensen allerminst reaktionair te wezen. Wij wensen de mens niet af te nemen, wat hij zelf veroverde. Wij wensen echter ook niets te geven, wat hij niet veroverde. De mens strijde zelf. Ieder mens strijde zelf.

De mens wensen wij te volgen in al - zijn strijd. Die mens wensen wij op elk terrein zelf te wezen. Ook op maatschappelik gebied, dies zijn wij sosiaal onder afwijzing van elk maatschappelik dogmatisme, onder afwijzing dus ook van het sosialisme.

De strijdende, wordende mens zoeken wij. De mens die het waagt met de diepste sprake des gewetens.

Zijn wij dusdoende arm? Zijn wij zwak? Heb-

Sluiten