Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toestroomen. Uit het bloed der martelaren verrees de Kerk. Uit de Kerk ontstond de Staat. En met de slachtoffers kwamen ook van alle kanten de bevrijders en verdedigers opdagen. De prins van Oranje en zijn broeders, onze Maccabeeën, waren in Duitschland geboren. Franschen, Engelschen, duizenden Belgen weken naar ons uit. Welnu, uit al die verschillende elementen, vergaderd, saamgesmolten, tot een natie gevormd door het vuur der beproeving, uit het midden van dien chaos, deed de Geest Gods door het Woord Gods. een Staat ontstaan, nog wel zwak, maar waarvan de roeping, naar den raad der Voorzienigheid, zou zijn den Standaard der vrijmachtige en zuivere genade onzes Heeren Jezus Christus hoog te houden."1)

En dat onze geëerbiedigde Koningin die lijnen; door God zelf in het verleden getrokken, ook ziet ; dat zij oog heeft voor den religieusen band tusschen Nederland en Oranje; dat zij waarlijk „bij de gratie Gods" regeeren -wil; dat zij met haar volk wil .strijden om behoud en bevestiging onzer Christelijke traditiën, gij weet het, M. H., en het behoeft geen ■ betoog. Daarom juist is het zoo gevaarlijk, zoo roekeloos, zoo onverantwoordelijk, om in ons land een beweging te steunen, die tegen Oranjes troon is gericht. Wee den geloovige, die daaraan meedoet : hij strekt zijn hand uit naar den Gezalfde des Heeren, aan Wien ook Koningin Wilhelmina haar gezag ontleent, door Wien ook zij regeert. En wat nu de toekomst zal brengen ? De toekomst is aan God alleen. Maar het moge een waarborg en een zegen zijn, dat ons prinsesje genoemd is naar de vrome moeder van onzen grooten Zwijger. Als één een geslingerd leven had, dan was het de veelbeproefde Juliana van Stolberg. Hoor wat zij nochtans schrijft aan haar geliefden Willem na den slag op de Mookerheide : „Waarlijk, ik ben wel een ongelukkige oude vrouw, die niet van haar droefheid kan worden verlost, eer God. mij in Zijn heerlijkheid uit dit

i) Nederlandsche Gedachten, IV, 13, 14.

Sluiten