Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geweldig het ook zij, en wederom in het zwakke, dat niets vermag, Zijne kracht volbrengt, in het niets-zijn Zijne almacht verheerlijkt; die alle dingen werkt naar den raad Zijns willens, naar Zijn souverein welbehagen; die het onedele en verachte en geringe opheft en verheft en tot eere brengt, daarentegen het edele en rijke en aanzienlijke der wereld te schande maakt; die in Zijne handen houdt dood en leven, zonde en genade, alle, alle dingen; die kan verderven en behouden, een zondaar vrijspreken en verdoemen, die vrij en onbeperkt is in al Zijn doen, van niets en niemand afhangt, terwijl alles en allen van Hem afhangen; die echter naaP Zijne eeuwige liefde naar Zijn' groote genade en grondelooze barmhartigheid in Cristus Jezus Zijnen lieven Zoon Zich ontfermd heeft en ontfermt over arme, ellendige, verlorene, doemschuldige zondaren, die in gunst neerziet op den arme en verslagene van geest en die voor Zijn Woord beeft; Wiens goedertierenheid is van eeuwigheid over degenen, die Hem vreezen, en Zijne gerechtigheid aan kindskinderen, aan degenen die Zijn verbond houden en die aan Zijne bevelen denken om die te doen; Wiens getrouwheid is van geslachte tot geslacht, die in eeuwigheid niet laat varen het werk Zijner hand.

Te gelooven, dat God is, die Hij is, datisalzóo in de eerste plaats: God vreezen. Maar dan ook te hooren, wat deze God spreekt, en wat meer zegt: te doen, wat Hij^spreekt. Hij spreekt en heeft gespróken in Zijne heilige Wet, de ons allen welbekende 10 geboden. Daarin heeft Hij Zijn wil aan ons geopenbaard. De vreeze Gods openbaart zich dus in de onderhouding Zijner geboden. Wie dan God vreest, vraagt niet naar menscheninzettingen en eigen goeddunken, als richtsnoer voor zijn leven, zijn handel en wandel, maar uit-

Sluiten