Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

totdat men haar daarop wijst; eenerzijds het loon des daglooners niet in te houden of te verkorten, maar anderzijds weer niet te overdrijven; eenerzijds te bezuinigen, maar anderzijds niet op zwart zaad te laten zitten, zooals dit laatste — ik veroorloof mij het hier te zeggen — het geval is met de Predikanten. Men wil wèl hunne diensten, maar waar blijft hun loon? En is niet in de eerste plaats op den V.D.M. van toepassing het Woord: „de arbeider is zijn loon waardig?" Men weet toch wel, hoezeer in menige pastorie geleden wordt! En terwijl men alle salarissen van Rijksambtenaren verhoogd heeft, wordt er aan den Bedienaar des Goddelijken Woords niet gedacht. Dat is niet in orde! Maar diezelfde aanklacht geldt ook der gemeente, ja bovenal der gemeente! De tractementen, variëerend tusschen f1400. — , zegge f 1400.— en f 5500.—, zijn niet berekend op de uitgaven, verschuldigd aan hunne betrekking en stand. Gelijk alle ambtenaren, weet men hen ook wel te vinden met de belasting. Verder moet men „stand" ophouden, zooals de gemeente wenscht. Hunne kinderen gaan hun op 13-jarigen leeftijd met het oog op hun voortgezette studie in of buiten de woonplaats kosten f 200.— tot f 2000.—. Daarbij „zet" men hen in „koude" en „groote" pastoriën, terwijl één dienstbode bij „karig" loon en met „pastorierantsoen" zeker niet altijd zonder schade van haar gestel al den arbeid moet verrichten, terwijl „Mevrouw" mee moet helpen en den ganschen dag bezig moet zijn met naaien en verstellen, want veel „nieuwe" kleeren draagt men niet. Veel lezenswaardigs verschijnt er, maar men kan het zich niet aanschaffen, enz. En dit alles geschiedt, terwijl vele rijke, ja zeer rijke lieden (waaronder soms familieleden en z.g.n. vrienden) heeren, boeren of burgers, hetzij zij ter

Sluiten