Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

predikanten dié zich bemoeien met hetgeen hen niet aangaat", als, in gewone of buitengewone omstandigheden, haar van den kansel wordt toegeroepen : „Land, land, land, hoort des Heeren Woord" (Jeremia 22 : 29.)

En die Overheid heeft het 'recht alle strijdbare mannen te wapen te roepen.

Zeker, zij zal zooveel mogelijk rekening houden met^het geweten, zelfs het dwalende geweten, der onderdanen ; *) maar het recht om tot den gewapenden dienst op te roepen kan niemand haar betwisten.

Mits zij zich ook in deze gebonden achte aan recht en waarheid, aan Gods gebod en eisch. Mocht zij, ter kwader ure, oproepen tot een verraderlijken inval in een naburigen Staat op geen kwaad verdacht, in strijd met alle eerlijkheid en goede trouw ; mocht zij moord, roof en brandstichting bevelen, die met een ridderlijken strijd niets hebben uit te staan, dan' zou de volksconciëntie het recht hebben zich te verzetten in den ordelijken weg; dan zou een besliste weigering met het onherroepelijke : „Men moet Gode meer gehoorzamen dan den menschen" (Handel. 4 : 19 ; 5 : 29) 'volkomen gerechtvaardigd zijn ; dan zou een algemeene, allesoverstemmende kreet : „De wapens neder!" het dolzinnige bevel eener verdwaasde Regeering moeten overstemmen en tot een doode letter maken.

Maar Gode zij dank, die ramp hebben wij in Nederland niet te vreezen. Nooit zullen wij voor zulk een vreeselijk dilemma komen te staan, Wel echter rust op ons, als natie, de verplich-

*) In Ons Program 5e druk, p. 94) zegt Dr. A. Kuyper : „En daarom staat het bij ons bovenaan, als heilige, onomstootelijke regel : zoodra een onderdaan zich op zijn consciëntie beroept, wijke de overheid uit eerbied

voor het heilige terug. Dan dwinge ze nooit " Maar Dr. Kuyper erkent

tevens dat een gewetenlooze zulk een recht van beroep op het forum der consciëntoie niet heeft. Wie zal hier echter o^rdeeler. ?

In verband hiermede wil ik wijzen op twee zeer lezenswaardige brochures : Een pleidooi voor gewetensvrijheid door J. A. van Sijn, en Proeve tot een wet voor burgerlijken dienstplicht voor mannen, met toelichting, door Mr. N. G. Teding van Berkhout.

Gaarne zou ik echter willen vernemen van de schrijvers welke hun voorstellen zouden zijn voor het geval dat alle Nederlanders (die mogelijkheid moet toch onder de oogen gezien worden) zich tot den burgerlijken dienst zouden geroepen achten.

Sluiten