Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pangermanistischen hoogmoed en gaan rustig voort met de handhaving onzer onafhankelijkheid op elk gebied, wij heffen de banier van een vrij en ze^standig Nederland in Gods Naam omhoog.

In Gods Naam, ongetwijfeld. Dat is geen holle frase, geen op effect berekende leuze in onzen mond, dat is de uiting eener diepgewortelde geloofsovertuiging.

Mijn liefde voor Nederland is — ik zou haast zeggen : een stuk van mijn geloofsovertuiging. -. '

„Nederland, zegt D. Chantepie de la Saussaye, is door de Hervorming geworden wat het is, een onafhankelijke Staat, een vrij gemeenebest, dat later, in staatsvorm gewijzigd en tot een constitutioneel 'koninkrijk geworden, met zijn verleden niet heeft gebroken, maar zijne vrijheid en het grondwettig koningschap van het nationale stamhuis heeft bevestigd tegenover aristocratische willekeur en democra+isch geweld. Het is niet toevallig, het is in harmonie met de nuchter-verstandelijke geestesrichting en vooral met den vrijheidszin der bewoners van deze gewesten, dat zij, schoon van germaanschen oorsprong, zich niet aan de Duitsche, maar aan de FranschZwitsersche Hervorming hebben aangesloten. Deze aansluiting is weder he+ middel geweest om Nederland door de uitsluiting uit den godsdienstvrede te Augsburg, uit het verbond met het Duitsche rijk los te maken en als vrijen Staat te gronden".

Ge hoort spreken van Nederlandschen vrijheidszin en uw hart trilt van ontroering bij dien klank, die geheel een roemrijk verleden voor ons weer in het leven roept, die ons het vaste besluit van geheel het volk om éen krachtige neutraliteit, ook in de huidige worsteling te bewaren, voor bogen, stelt?

Welnu, die vrijheidszin is geen plant van vreemden bodem ; is geen gave noch vrucht der revolutie, maar openbaring, uitvloeisel van het geloof. „In zijn volksaard gegrond is die door zijn protestaritsch-gereformeerd karakter gekweekt en geheiligd. In den tijd der gereformeerde Staatskerk openbaarde zich die vrijheidszin in het asyl, dat hier geopend werd voor alle om den godsdienst verdrukten, niet alleen gereformeerden, maar ook lutherschen, doopsgezinden, roomschen en joden. De vervolging der remonstranten i* een kort intermezzo geweest, dat, door den oogenblikkelijken partijstrijd gewekt, den volksaard

Sluiten