Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opmerking bijschreef: „Het geheel is een vertolking der Roomsche Kerkleer. Het komt mij voor als, ik zou haast zeggen „godslasterlijk.'' Zou ik het mis hebben?"

Neen, vriend, ge hebt het niet mis, ge slaat den spijker op den kop.

In die derde klasse komen ook zeker al die dwaze legenden ter sprake, waarvan ik enkele reeds mededeelde, en die ons verhalen, hoe Jozef door een achterdeurtje van den hemel de zondaren inlaat, die er vóór niet in kunnen.2) Ook het godzalig gebruik van medaljes en schapulieren wordt er, natuurlijk, gepropageerd. Wat wondere dingen die laatste zijn, kunnen "wij te weten kómen door menigyuldigé 'producten der Roomsche volksliteratuur. Ik heb er enkele vóór mij en neem er één geval uit over:

a) In „De Beiaard" van Mei geeft Jozef Simons, wat genoemd wordt, een „aardig liedje"; dat liedje doet ons weer een blik werpen in de Roomsche legenden wereld: 't vertelt ons hoe de Waal geschapen werd: „Toen O. L. Heer alle soorten van menschen had gemaakt, lobbige Vlamingen, koppige Hollanders, koele Engelschen, lichtzinnige glorieuze Franschen enz., zei St .Pieter plots dat ze toch niet mochten vergeten een Waal te maken. Ons Heer had er niet veel zin in. „Daar is geen eer aan te halen," zei Hij. ,,'k Zou 't toch maar doen," opperde Sint Pieter, „anders zou de schepping niet compleet zijn." 0. L. Heer liet zich gezeggen. Ze maakten dan van leem eenen Waal. en legden hem op een plank in de zon te drogen. Toen hj| aan den eenen kant wat opgedroogd was, wilde Sint Pieter hem keeren. Maar de Waal riep, vol colère; „Laisse-moi tran-

Suille, nom de tonnerre!" „Ziedewel," sprak Oc» eer, „wat heb Ik u gezegd? Hij is nog niet droog of hij vloekt al!"

Sluiten