Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschen het eens. Maar wat uit alle macht bestreden moet worden, is de laag-bij-den-grondsche opvatting : dat de arbeid slechts een middel is om zijn loon te verkrijgen, en dat, als men voor iets „betaald" is, men eenerzijds niets meer te reclameeren heeft, en anderzijds niets-meer verschuldigd is. „Je hebt er immers je geld voor gehad ?" Of : „Ik moet immers wel werken om mijn brood!" Deze en dergelijke uitdrukkingen komen alle uit dezelfde minderwaardige beschouwing van den arbeid, zijn wezen, zijn bedoeling en zijn strekking voort : zij moesten uit onze spraak worden verbannen.

Neem een dokter. Wee den geneesheer, die zelf aldus redeneert : „Als ik mijn geld maar ontvang" ; die zelf de beteekenis van zijn schoon en heerlijk werk aldus verlaagt. Maar wee ook den kranke, die meent tegenover zijn verzorger quitte te zijn, als hij-zijn rekening op tijd heeft voldaan. Kan hij betalen de trouwe zorg, de toewijding, de liefde die worstelt met den dood ?

Neem voorts een leeraar of onderwijzer. En ook hier weer: treurig wie alleen op salariëering of stoffelijke belooning ziet. Maar zijt gij, ouders, van hem, die uw kinderen opvoedt, volkomen af met de gedachte : „Daar ontvangt hij zijn salaris voor ?" Kunt gij in geld uitdrukken, of naar waarde schatten, de belangstelling in het lo+, het karakter van uw kind, de poging om zijn wil te vormen en ten goede te leiden ?

Laat ik van de predikanten zwijgen. Of alleen dit : Onlangs werd op een kerkelijke vergadering tegen ons „kindergeld" geprotesteerd door een broeder, die zich sterk waande in de verdediging van deze stelling en haar toepassing ook op onzen arbeid : „Voor zooveel werk, zooveel geld" Ach, die alleszins achtenswaardige afgevaardigde zag niet in, dat zijn uitgangspunt niet deugde, en dat daarom al zijn gevolgtrekkingen scheef en krom waren. Hij bemerkte niet, dat zijn beschouwing van den arbeid de lagere opvatting van het werk, als eenvoudig een middel tot loon, ten zeerste benaderde, en dat hij daarom geen kijk had op het eenig Schriftuurlijke standpunt in deze : „Gij voorganger, geeft u geheel voor de zaak van Gods Kerk; welnu, die het altaar bedient zal ook van het altaar leven : de Kerk zal zorgen dat gij en uw gezin, uw vrouw

Sluiten