Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WOORD VOORAF.

In zijn „Christenreizenaar de eeuwigheid", spreekt Bunjan van twee reuzen, in oude dagen wonende in hetzelfde hol: Heiden en Paus. De eerste, zegt hij dan, is dood; en de tweede is, door gevoelige lessen, zoo suf en stijf van leden geworden, dat hij niet veel meer doen kan dan nijdig op zijn nagels bijten en de pelgrims venijnig aangrijnzen, met verwoede blikken hen nastarende. Zou Bunjan thans nog zoo oordeelen? Reus Heiden is weer uit zijn schijndood opgestaan en Reus Paus heeft van kundige Protestantsche doctoren zooveel heilzame drankjes ingekregen, dat hij een ware verjong:ngskuur heeft ondergaan. Zijn nagels zijn weer aangegroeid en de wapenrusting ligt naast hem, keurig opgepoetst, voor den strijd gereed. Dreigt er dan gevaar?

Ja, er dreigt gevaar, en de schrijver van deze brochure wijst ér op met grooten ernst.

Of zijn woord ingang zal vinden, dat heeft hij niet uit te maken: dat is Gods zaak. Maar hij heeft zijn ziel bevrijd en daarvoor zeggen alle ware, geloovige Protestanten hem, in oprechtheid: dank.

F. J. KROP.

Rotterdam, Nov. '24.

Sluiten