Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken tot stand gebracht, maakte hen volkomen vrij wat betreft de inrichting hunner kerkelijke gemeenschap en de uitoefening van hunnen eeredienst.

Een der ministers zond den 24en Maart 1852 namens den Koning en de regeering een onderteekende nota aan den Pauselijken stoel, waarin vermeld werd, „dat niets belet, dat men vrijelijk tot de organisatie der Katholieke Kerk in dit rijk kon overgaan."

Zelfs het hoofd van de liberale partij, de minister Mr, J. R. Thorbecke, hoofd van het kabinet, verzette zich er niet tegen. Alleen wenschte hij geen bisschopszetel te Utrecht gevestigd te zien. „Aan Utrecht" vérklaarde hij, „kan niet gedacht worden, want den bisschopszetel weder te vestigen in die stad, waar de Unie van Utrecht is tot stand gekomen en waar nu nog in de Universiteit als het ware een residentie van het Protestantisme is te vinden, dat zou gansch het land in rep en roer brengen.

Te Rome stoorde men zich aan deze ministeriëele verklaring niet.

Den 20en December 1852 adviseerde de congregatie der kardinalen tot de oprichting van den metropolitaanzetel te Utrecht, met zijn suffragaan bisdommen en den volgenden dag gaf Paus Pius IX zijn beslissing hierop met de volgende woorden:

„Utrecht, de zetel van den H. Willebrord; Ik zal aan Europa toonen, dat de Katholieken van Holland niet van gisteren zijn".J)

') Bis. Hier. in Ned. Dr. S. D. v. Veen.

Sluiten