Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als voorheen en dat, beoordeeld door de beide fundamenteele leerstukken, zal ons den ernst van het gevaar doen zien.

Wij beginnen met vast te stellen:

Er is geen openbaring Gods, die den mensch buiten den Paus en de priesters om, van God kan ontvangen en als zoodanig moet Rome de buiten haar staande Godsdiensten veroordeelen.

Niemand kan volgens de R. K. leer de waarheid prediken, tenzij hij dat heeft uit de ware bron Rome, <die ons Gods wil alleen bekend kan maken.

Wat is het gevolg hiervan?

Dat Rome moet waken met zijn onderdanigen voor den R. K. godsdienst, dat daar geen dwalingen insluipen en dat allen daartoe moeten medewerken om alleen den R. K. godsdienst als staatsgodsdienst erkend te zien.

Het bestaan van andere godsdienstige overtuiging kan door Rome zonder meer niet worden toegestaan. Deze houding roept onvoorwaardelijk den strijd los tegen andersdenkenden. En nu in dezen strijd zegt Rome, dat wij geen tolerantie (verdraagzaamheid) bezitten; maar aan ons niet de schuld.

Het Roomsche standpunt dwingt ons tot verdediging van onze vrijheid, van onze innerlijke Protestantsche overtuiging, die Rome ons wil ontrooven. Hoe beschouwt Rome onzen godsdienst? In de 18e Syllabus-stelling van Paus Piux IX lezen wij:

„Het Protestantisme is niet een verschillende vorm

Sluiten