Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangewend naar Zijn bedoeling tot verheerlijking van Zijn Naam, want waar geen vordering is, daar is achteruitgang: stilstand is onmogelijk op geestelijk gebied. Die heeft, dien zal gegeven worden ; die niet heeft, van dien zal genomen worden ook wat hij heeft. En ook de eenvoudigste, de kleinste, de minste, heeft in zijn roeping trouw te zijn. Niemand achte zich te gering, te zwak, te onbeduidend om te werken in den wijngaard, om iets te doen voor Zijn Koning en zijn God. Wie zijn talent begraaft, wie in lijdelijkheid het kwaad laat voortwoekeren, zich in geestelijke traagheid met eigen rust en vrede vergenoegt, verliest zijn leven waar hij meent het te behouden : een vreeselijk oordeel wacht hem in den dag der verantwoording, als een iegelijk geroepen zal worden om rekenschap te geven van hetgeen hij deed, hetzij goed, hetzij kwaad. Uit de werken zal het geloof blijken. Uit de werken zal de oprechtheid der gevoelens openbaar worden (Jac. 3 : 13 ; Openb. 14 : 13). En niet de geloovigen zelf zullen er zich op beroemen, die achten zich onnutte dienstknechten", die vinden in zichzelf niets goeds ; maar de onfeilbare rechter zal hier uitspraak doen (Matth. 25 : 35) en zelfs in daden met zonde nog bevlekt doen uitkomen hetgeen werd verricht uit liefde tot Hem, hetgeen als vrucht van oprecht geloof kan worden aangemerkt. Wee den tragen en gemakzuchtigen! Wee den boozen en luien dienstknecht, die zelfs geen zweetdoek meer noodig heeft (Luk. 19 : 20) en dien gebruikt om zijn talent te verbergen in de aarde! Wee den kleinsten, den geringsten in het Koninkrijk Gods, die ontrouw wordt bevonden in het hem aanbevolen werk! Wee bovenal den grootsten, den man met de vijf talenten, die in zijn roeping mocht hebben gefaald ; met meerdere slagen zal hij geslagen worden, want gelijk ieder naar zijn vermogen ontvangt, zal ook ieder naar hetgeen hem werd toevertrouwd worden geoordeeld.

In dien geestelijken zin nu heeft de Kerk door alle eeuwen heen de gelijkenis der talenten verstaan, en vaak heeft men die geestelijke beteekenis 'alleen aanvaard, niet ziende dat ook voor de praktijk der godzaligheid, ook voor het dagelijksche leven, ook voor de maatschappelijke verhoudingen de onderrichtingen des Heeren hier vele zijn; niet verstaande,

Sluiten