Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

dat de godzaligheid tot alle dingen nut is, de beloften hebbende zoowel van het tegenwoordige als van het toekomende leven. Zeker, de talenten die God, de eenige Eigenaar der gansche schepping. Wiens de aarde is met hare volheid, ons toebetrouwt, zijn óók de geestelijke gaven, maar niet minder de meer tijdelijke zegeningen, die men geneigd is tot het „profane" gebied des levens te rekenen ; als of daar iets „profaan" kon zijn in het oog van Hem, die geheel ons wezen, al ons hebben en zijn, voor de eere Zijns Naam opeischt. Een talent, die kennis van het Evangelie, die de vreugde is van ons bestaan ; dat geloof, dat in onze harten door den Heiligen Geest wordt uitgestort ; die liefde des Heeren, die onze blijdschap is, onze zekerheid, onze eenige troost. Maar eveneens een talent, dat verstand waarmede wij het terrein der wetenschap betreden; die wil, die ons tot de daad aanspoort; dat hart, dat voor anderen zich ontsluit (in elk geval: het vermogen daartoe bezit), in anderer lot en leven ons doet opgaan. Een talent, die tijd die ons gegeven werd om er mede te woekeren, waarop wij als een gierigaard (hier mag men gierig wezen) zoo zuinig moeten zijn, dien wij nimmer mogen verspillen, Of ook dat geld, waarover wij de beschikking kregen onder Gods oog; die positie, die wij bekleeden ; die invloed, die er van ons uitgaat; die macht, die wij uitoefenen. Om ons lichaam niet te vergeten ; onze gezondheid, die wij niet mogen verwaarloozen, waarmede wij allerminst roekeloos mogen omspringen ; die hand in het bijzonder, die niet bestemd werd om in den zak te worden gestopt, maar om uit de mouw te worden gestoken en als ootmoedige dienaresse van onze hersenen de bevelen van onzen wil ten uitvoer te brengen. f^i»A

Weet ge' één gebied waar God niet zou heerschen ? Eén levensterrein, waar Zijn wil niet zou gebieden ? Eén soort gaven en zegeningen, die niet van Hem, als de bron van alle volmaakte giften, afkomstig zouden zijn ? En weet ge één terrein, waar de van God gewilde ongelijkheid zich niet zou vertoonen, waar Zijn vrijmacht, om met het Zijne te doen naar Zijn welbehagen, niet tot openbaring zou komen ?

„Den eenen gaf Hij vijf talenten, en den anderen twee, en

Sluiten