Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het niet aannemen : de gedachte zelfs komt hem belachelijk voor. De overweging dat zijn verantwoordelijkheid minder groot is dan die zijner mededienstknechten, dat hij maar voor één talent rekenschap behoeft te geven, troost hem niet. Mokkend klaagt het door zijn ziel: ,,....en ik maar één talent! Waarom die anderen vijf of twee ? Had ik niet boven hen móeten worden geëerd, in elk geval met hen op één lijn moeten worden gesteld ? Waarom die achteruitzetting ?" En terwijl de nijd zijn ziel verbittert, zijn hart verdroogt, zijn wil verlamt, komt hij van kwaad tot erger. Zijn demon dwaalt rond en zoekt andere onreine geesten, erger dan hijzelf, om met hem woning te maken in het hart van den afgunstigen dwaas. Afgunst brengt tot luiheid. De mopperaar stelt zich slap aan in zijn werk en is een broeder van den grootsten doorbrenger, hoewel hij bij uitstek wijs is in zijn eigen oogen (Spr. 18 : 9 ; 26 : 16). Wie door jalousie wordt verteerd, kan onmogelijk rustig en blijmoedig werken. „Hoe, ik in het zweet mijns aanschijns sjouwen, terwijl mijn buurman zijn knecht laat werken ? Ik zou nog liever.... Weg met dien zweetdoek : die kan prachtig dienen om het geld te begraven ; en als mijn Meester straks het Zijne opeischt, dan geef ik hem alles onveranderd, zonder winst noch verlies terug. Hij moge dat dan al niet goedvinden, het is rechtvaardig in mijn oogen, en dat is mij gemoeg".

Ziet ge de lijnerr der geleidelijkheid ? Steeds verder dwaalt de 'ongelukkige af. Zijn rechtvaardigheidgewoe/, of wat hij zoo gelieft te noemen, stelt hij tegenover het recht Gods. Met den ontrouwen Israëliet roept hij uit : „De weg des Heeren is niet recht" (Ez. 18 : 25). „Ik kende u, dat gij een hard mensch zijt...." Het is de weg der Godslastering, de weg van den opstand tegen Gods bestuur. „Ni Dieu ni maitre (noch God noch meester)" wordt de leuze van dezen anarchist, die oorspronkelijk niet anders was dan een ontevreden mopperaar, en zelfs in den dag des oordeels tracht hij zich nog staande te houden, totdat het vonnis der onkreukbare gerechtigheid over hem wordt uitgesproken, waarbij hij naar den aard zijner zonde wordt gestraft en voor eeuwig verdwijnt in de buitenste duisternis ....

* * *

Sluiten