Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar is een kracht, uit hooger kracht gesproten,

Die 't zinkend hart des menschen schoort,

Die 't opvoert naar een hooger oord,

Die 't vastklemt, als de stam zijn loten,

Als moederarmen 't schreiend wicht,

Aan de eerste bron van liefde en licht,

Die 't opheft, als het dreigt te zinken

In 't slijk, waarin het zich bewoog;

Daar is een kracht, die 't scheem'rend oog

Omhoog richt, waar 't de ster ziet blinken, 1

Die aan de kim der toekomst rijst,

Op d'adel van onze afkomst wijst,

Een vast doet houden aan 't begeeren

Om tot die afkomst weer te kèeren. —

Zooals ik zeide was dus het Pantheïsme geworden mijn nieuwe levensbeschouwing. Zoekende als mijn ziel was, maakte ik ook kennis met het Boeddhisme, (de lezers zullen opmerken, dat het vinden van zielevrede mij niet zoo heel gemakkelijk viel!) want nog altijd voelde ik, dat ook de Pantheïstische theorie mij niet voldeed. Daar lagen nu voor mij : Pantheïsme, Boeddhisme en de leer van Jezus. Tot den laatste'voelde ik mij sterk aangetrokken. Het was mij een genot, als ik op de markt of in een vergadering stond te spreken, mij te kunnen beroepen op het woord : „Oog om oog en tand om tand" — dat ik in mijn onkunde toeschreef aan Hem, Die het juist verving door deleer: „Hebt uwe vijanden lief!"

Allengs aanvaardde ik Jezus als leeraar, maar niet als Gods Zoon ; wel voelde ik, dat Hij was een buitengewoon mensch, begaafd met veel kracht én talent, en zoo stelde ik mij Hem tot voorbeeld. En dit voorbeeld was mij vaak tot troost wanneer de strijd mij zwaar viel. .

Zoo sukkelde ik voort, zoekende, en steeds hinkende op twee gedachten. Het was den zevenden October van het jaar 1908, dat ik in een vergadering, gehouden in de Geelvink te Amsterdam, en uitgeschreven door de Anarchistische Propagandagroepen „Jacob van Lennepkwartier" en „Kankerbuurt", een rede uitsprak over Anarchisme eh Godsdienst. Daar was het, dat ik tot een mij vergezellende vriendin zeide : „Meer dan ooit is het mij nu duidelijk geworden, dat ik niet meer thuis hoor ia het kamp der Anarchisten." Van dien dag af trok ik mij terug en leefde^zoo een paar maanden lang,

Sluiten