Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET FRANSCHE WERK VAN „GELOOF EN VRIJHEID".

Zeer aangenaam is het mij, hier enkele bijzonderheden over ons Fransche werk te kunnen geven.

Dat werk is niet gemaakt, maar geboren.

Toen ik, kort na den oorlog, contact kreeg met verschillende Hoogere-Burger-Scholen, in mijn hoedanigheid van deskundige bij de eindexamens, werd ik al spoedig getroffen door het gebrek aan geestdrift voor de moderne talen in het algemeen, en voor het Fransch in het bijzonder, dat bij het meerendeel der candidaten ook voor den meest oppervlakkigen toeschouwer viel te bespeuren. De leeraren waren het roerend met mij eens, en betreurden het met mij; voor de schoonheden der taal hadden de leerlingen weinig oog; wat Franschman noemt LE GENIE DE LA LANGUE bleef in den regel voor hen verborgen. Waren er geen verontschuldigingen aan te voeren? Ongetwijfeld. Het noodzakelijke, maar soms al te overvloedige, huiswerk dooft den geest; allerlei grammaticale moeilijkheden zijn als even zooveel steenen des aanstoots op den weg van smaak en kunstzin: de jongelui zijn blij als hun „taak ' af is, en als de leeraar het niet al te nauw neemt met „subjonctif" of „participe présent". O, die syntaxis! Die nare, secure regelen, waaraan men zich heeft te houden! Had men maar in het Fransch een nieuwe richting, zooals in onze moedertaal, die elke slordigheid met den mantel der liefde bedekt en alle buitenissigheden goedpraat! Maar neen La Bruyere beweert, dat de jeugd moet leeren zeggen „iï pleut 'zonder meer, als het inderdaad regent. Dat duidelijkheid, klaarheid, voorname eenvoud eerste vereischten zijn voor een iegelijk, die wil leeren spreken en schrijven. Boileau gaat nog verder, en zegt dat men, alvorens te spreken en schrijven

Sluiten