Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen, en als misschien nóg meer welkom door hem werd aangegrepen.... het woord van H.M. zelf. Met Christus' naam gedekt, meende hij nu H.M. voor een moeilijkheid te hebben gebracht. Maar hoe fout een betoog: Christus gebiedt zijn naasten lief te hebben, dus. . . . dienstweigeren.

Als deze en welke dienstweigeraar ook, zooveel eerbied voor Christus zegt te hebben, dat hij dan voor al Christus' woord buige, dan zal straks wel blijken dat de leer iets anders inhoudt. In zijn tweede schrijven aan H. M. de Koningin, betoogde hij dat een christen „niet moet doen wat de bijbel zegt, maar wat Christus zegt". Dat is niet hetzelfde zegt hij, Maar wat weet men van Christus anders dan... . uit den Bijbel ? Hij verklaart zich verder, en zegt dat Christus als hervormer optrad van den godsdienst des O. Testaments. 't Is allertreurigst. Christus zelf toch heeft gezegd, dat Hij niet gekomen was om de wet en de profeten te ontbinden maar te vervullen. Ja meer, Hij heeft zich juist herhaaldelijk op de „Wet en de Profeten" beroepen Ja nóg meer. In Mattheüs 23:2 v. v. vermaant Christus de schare om wel niet de daden van hen die op den stoel van Mozes (dat is toch oud-testamentisch) gezeten zjjn, te volgen, maar wat hun woorden aangaat, zoover ze op Mozes' wet gegrond zijn, zegt Christus: „doe daf'. De aangehaalde dienstweigeraar spreekt als' tolk van al zijn dienstweigerende anarchistische vrienden voor «oover ze zich op Christus beroepen, als hij eindelijk nog zegt: „Christus predikte iets anders dan vóór hem gepredikt is geworden, ivandaar ook het door Hem zoo vaak gebruikte: „gij hebt gehoord dat

gezegd is, maar Ik zeg u". Hier is schromelijk misverstand

in 't spel. Als Jezus inderdaad zoo'n uitdrukking met name in de Bergrede bezigt, dan is dat óf om te doe» verstaan, dat een vormelijke uiterlijke wetsbetrachting voor God nog geen heiligmaking kan heeten; óf het is meermalen, om tegen de oude rabbijnen, die de wet verklaarden en uitbreidden naar eigen farizeesche inzichten, — op te treden. Die rabbijnsche school is lang niet (o dwaling!) hetzelfde als het Oude Testament.

Neen, het was met de oud-testamentische wetgeving op menig punt al juist zoo gegaan als later met Jezus' woorden. Op de manier b.v. van vele dienstweigeraars die Jezus' woorden naar eigen inzichten verklaren, uiteenrukken, en toepassen, — hadden in dien tqd de rabbijnen de „wet" behandeld. Van zulk optreden was Christus wars. Dan geldt het: te vergeefs eeren zij Mij, leerende leeringen, die geboden van menschen zijn. — Dan is het: gij hebt gehoord... maar Ik zeg u. — Evenals Christus in het heden zou kunnen zeggen: gij hebt gehoord dat van de anarchistische dienstweigeraars gezegd is geworden, dat men overheid en vaderland niet in den krijgsdienst zal dienen; maar Ik zeg u dat gij de overheden en machten die over u gesteld zijn onderdanig zult zijn, want de overheid Gods dienaresse is,

Sluiten