Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeker niet van belang ontbloot is. nu ten slotte nog de vraag.: hoe te handelen met dienstweigeraars? Het is mijn vaste overtuiging, dat grondiger kennis èn van, de H. Schrift, èn van de staats-en overheidsleer veel'Misverstand zou kunnen wegnemen. Enkele jaren geleden bij een bezoek aan een stedelijk ziekenhuis onhnoette ik daar o. a. een jongeling van ik schat 20 a 25 jaar. Deze beleed mij hoe hij op't punt had gestaan, dienstweigeraar te worden; maar, door 't lezen van een boekje tégen het Tolstoyïsme gelukkig tot beter verstand van de H. Schrift op dit punt was gekomen, en van zijn dwaalweg genezen was geworden.

Mij dunkt, bij het catechetisch onderwijs als ook in de prediking moet op z'n tijd ook van deze zaak worden gehandeld. Eveneens moet op school op de gezonde wijze de beteekenis van «vaderland" en overheid worden ingeprent. De dienstweigeraar wordt gestraft, en inmiddels loopen degenen die soms middellijkerwijs aan zijn optreden hebben medegewerkt vrij rond. Als op school, in huisgezin en kerk, geen eerbied voor overheid en vaderland wordt ingeprent, zal 't al weinig baten, of men in tijd van mobilisatie een boek schrijft b.v over „De Wereldoorlog en de Sociaaldemocratie", om daarin o. a. de nationale gedachte tegenover Tolstoyïsme te verheerlijken.—

En eveneens wijzen we met groote nadrukkelijkheid erop,hoe de dienstweigeringsbeweging voor een deel samenhangt met en vrucht is van de moderne Schrift-critiek, en van het Hooger en Lager (kaderwijs voorzoover het daarop is gebouwd. Ja 't is een bange contradictie: de Staat sticht onderwijs-inrichtingen, en benoemd meermalen hoogleeraren, die de H. Schrift ontkennen of ondermijnen en op die manier aan den dienstweigeraar betoogstöf Jtel«ren, als: het O. Testament is in strijd met het nieuwe; Christus is een godsdiensthervormer die Mozes wet corrigeert enz. enz.; die voorts, zooals 't meermalen helaas geschiedt, de christelijke grondslagen van ons volksleven principieel ondermijnen; en als dan straks o. a. als vrucht mede daarvan de dienstweigeraar opstaat, dan zal de staat dien weigeraar weer hebben te straffen.

Is dit geen bange contradictie. Leert het ons alwederom niet, dat de zaak van het (Hooger) onderwijs wat de staatsbemoeinis en verantwoordelijkheid aangaat, nog niet . in 't geheel zuivere spoor is?

Doch dwalen we niet al te ver af. Als nu inmiddels de dienstweigeraar er eenmaal is, hoe dan?

Men make hier nu wel onderscheid. Men kan de behandeling bezien van uit het gezichtspunt der overheid, en van uit het standpunt van den dienstweigeraar en zijn gewetensvrijheid. Wat de overheid aanbelangt, gerechtigd is zijv van haar standpunt stellig, om den „dienst" te vorderen; en deswege ook om bij weigering te straffen. Men vergete toch niet, dat uit staatsrechterlijk oogpunt tén allen tijde, maar thans in het bijzonder, in ver-

Sluiten