Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NA DEN TWEEDEN WEST-HILLDIENST. *)

Toen ik er voor de eerste maal heen stapte, was ik blij, blij om hieraan mee te mogen werken! En ik verwachtte er veel van, meer dan misschien voor de eerste maal wel wenschelijk was? ' Maar nauwelijks voelde ik de kleine kinderhandjes in de mijne, toen we op een rijtje naar binnen liepen, nauwelijks zag ik die verbaasd-blije kinderoogjes, of ik wist, dat ik niet te veel had verwacht. En later, bij het fijne liedje van de waterdroppels, dat sommigen al zoo dapper meezongen, terwijl zij woorden noch wijs kenden, dat zij meezongen om te zingen, om te zingen de vreugd van dezen zonnigen Zondagmorgen (ik ben niet bijgeloovig, maar zou je niët haast gaan denken, dat de zon zoo zalig scheen voor onzen dienst?) en later, wat een vreugde stroomde er door mijn hart!

Toen ik naar huis ging, nadat één van onze kindjes mij even had toegefluisterd, dat zij het zóó mooi vond, wist ik dat het zóó, zóó heerlijk was, dit te mogen doen, zoo heerlijk wel, als de zon dien morgen scheen.

En toen ik vanmorgen voor de tweede maal ging om te helpen hen iets te doen beseffen van de oneindige liefde en zorg van „De Goede Herder" — is het te verwonderen dat mijn verwachting nog veel grooter was dan den eersten keer? En is het niet juichend-heerlijk, dat mijn dankbare vreugde na den dienst nog veel grooter was dan toen?

Leidsters, wij moeten oneindig dankbaar zijn, dat wij dit mogen doen, dat het ons gegeven is, om deze vreugde diep in ons hart mee te dragen!

Een van de mede-Westhill-Leidsters.

*) Dit stukje werd mij na den 2den Westhill-dienst toegezonden. Het spreekt voor zichzelf. Red.

Sluiten