Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rome het pad bereidt onder het applaus van vele aesthetisch aangelegde jongeren, — een theologia regeneratorum, die weer de ervaringstheologie introduceert, doordat zij min of meer de geestelijke ervaring (wedergeboorte, inwendig licht enz.) op Doopersche wijze plaatst als bron van kennis naast de H. Schrift, hetgeen aan de „volkomenheid" der Schrift te kort doet en haar op den du ur noodwendig op zij dringt. Wij willen dus een theologie van het levende Woord, een theologia verbi divini op dezelfde wijze, zooals predikanten immers ook begeeren te zijn verbi divini ministri.

Op twee punten moet ik dit nog even kort toelichten, n.1. wat betreft het getuigenis des H. Geestes en wat betreft de bijbelkritiek.

Het gaat in den godsdienst (en dus ook in de theologie), zooals we straks al zagen, om geloofszekerheid, een zekerheid, die niet slechts voor den wetenschappelijken man, maar voor ieder te verkrijgen moet zijn. Zoo kan dus deze geloofszekerheid niet langs den weg van langdurige, wetenschappelijke nasporingen, maar alleen langs een gansch anderen, langs mystieken weg verworven worden. Welnu, daaraan beantwoordt volkomen wat Calvijn het eerst genoemd heeft het innerlijke getuigenis des H. Geestes, dat de geloovige in zich bevindt. Evenals alle menschen een Godsbesef hebben, waardoor zij innerlijke, mystieke kennis hebben aangaande God, zóó hebben ook al Gods kinderen een Schriftbesef, waardoor zij innerlijke, mystieke kennis hebben aangaande de H. Schrift als Gods Woord. Het getuigenis des H. Geestes verzekert ons in onze harten van de waarheid der H. Schrift, zooals God ons haar gegeven heeft, en wel van die Schrift in haar geheel (materieel, d. w. z. er is een centrum, zooals Dr. Kuyper zeide in zijne Encyclopaedie: „dit getuigenis klemt in den Christus", het levend middelpunt van Gods gansehe Woord). Hoe meer wij die Schrift biddend onderzoeken, hoe krachtiger dat getuigenis in ons spreekt, d. w. z. hoe krachtiger Gods

Sluiten