Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Woord zich als Gods Woord aan onze zielen openbaart. Dan wordt bevestigd, wat de apostel Johanhes zegt: ,,de Geest (n.1. de Geest in ons) getuigt, dat de Geest (n.1. de Geest buiten ons, daar in die H. Schrift) de waarheid is" (1 Joh. 5 : 5b). En in dit goddelijk getuigenis alleen vinden we dan ook rust voor verstand en hart beide. Zóó toont zich de autopistia (zelfgeloofwaardigheid) des Woords, d. w. z. het Woord Gods blijkt geloofwaardig in zichzelf en het brengt zijn eigen zekerheid met zich mee, het handhaaft zich eenvoudig met goddelijke majesteit als Gods Woord.

Daarom moet de theologie m. i. ook uitgaan van de autopistie des Woords, d. i. het objectieve moment, en niet van het getuigenis des H. Geestes in ons hart, d. i. het subjectieve moment, zooals Dr. Kuyper in zijne Encyclopaedie teveel gedaan heeft, een lijn, die door Ds. Netelenbos is doorgetrokken, waardoor hij geheel in de ethische ervaringstheologie is terecht gekomen om op die subjectieve lijn al verder voort te gaan. Ook Prof. Scholten heeft op deze wijze de, gereformeerde leer van het getuigenis des H. Geestes uitgebuit voor zijne moderne theologie. Het is dus niet zoo, dat het getuigenis des Geestes in ons het cachet zou zetten op het Woord, want dan maakt men alles weer subjectief, — maar het getuigenis des Geestes erkent eenvoudig de autoriteit des Woords. M. a. w. door het getuigenis des Geestes wordt de autopistie des Woords voor ons bewustzijn persoonlijk bevestigd. Het Woord zelf blijft dus autopistos, geheel afgezien van ons geloof of ongeloof en het doet zich ook wel als zoodanig gelden op eene of andere wijze zelfs tegenover den natuurlijken mensch, zoodat hij niet te verontschuldigen is *). Doch als God ons

*) Vg. over de autopistie het reeds genoemde boek van Karl Heim en ook het reeds geciteerde woord van Wichelhaus. Het gaat bij de autopistie om de handhaving van

Sluiten