Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Schriftleer besloten ligt. Er is hier in verband met exegetische en historische of andere (physische, psychologische enz.) gegevens wel degelijk plaats voor een verschillende uitwerking der Schriftleer. Terwijl vroeger b.v. de inspiratie veel meer mechanisch gedacht werd, is thans de organische inspiratieleer door alle gereformeerde godgeleerden aanvaard. Welke gevolgen hierin liggen voor het gezag van bepaalde •Schriftuitspraken in dogmatisch opzicht, is niet met een enkel woord te zeggen (ik denk b.v. aan de vraag, ook door Dr. Kuyper in zijne Encyclopaedie opgeworpen, in hoeverre uitspraken van Job of zijne vrienden Voor ons gezaghebbend zijn in dogmatisch opzicht, hoe wij de scheppingsdagen hebben op te vatten, in hoeverre wij mogen spreken van „impressionistische" uitdrukkingswijzen in de H. Schrift enz.). En zóó kan het dus ook zijn, dat het bijbelonderzoek van ongeloovige zijde ons plaatst voor moeilijkheden, die om een oplossing vragen. Doch dit alles neemt niet weg, dat wij toch steeds met het getuigenis des Geestes aangaande de Schrift als met een primair, geestelijk feit hebben te rekenen. Alle andere vragen komen slechts in de tweede plaats. Men moet hier kiezen of deelen. Wie de andere vragen voorop laat gaan, heeft in principe het moderne standpunt ingenomen en heeft, als hij een kind Gods is, ziïn eigen geloofszekerheid verloochend.*) Hij is daardoor onbekwaam geworden om ooit een echte theologie op te bouwen.

Het tweeslachtige der ervaringstheologie, die (vooral in de school van Hofmann) heen en weer dobberde tusschen Schrift en ervaring en nooit haar standpunt tegenover de bijbelkritiek durfde bepalen, heeft hier veel kwaad gedaan. Ten onzent hebben de ethischen vooal door het eenzijdig op den voorgrondstellen

*) Hierover ging ook eens de strijd tussohen Voetius en Cartesius ten opzichte van het Godsbesef bij de vraag over het „de omnibus dubitandum".

Sluiten