Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vluchten is het eenige, zegt ook deze. En wat de gasmaskers betreft, „men verkoopt de gasmaskers niet zoozeer om de menschen voor het gevaar te beschermen, als wel om te verhinderen, dat zij het gevaar zullen zien en zich er aan zullen onttrekken". Als men goed leest, sluit dit oordeel aan bij dat van den Duitschen deskundige Dr. Hunke, door Ir. Hondius in zijn laatste brochure geciteerd: De beteekenis dezer luchtbescherming „moet in de eerste plaats daarin gezocht worden, dat zij.... het geheele volk uit zijn zorgeloozen dommel opschrikt en een aanvulling van de (actieve) luchtbescherming (door de luchtvloot) vormt". Precies, luchtbescherming der bevolking is onmisbaar onderdeel van de „defensie"; het „achterland" (dat in zijn meest vitale deelen mikpunt zal worden) moet zoo rustig mogelijk doorwerken ter fourneering van de legerbehoeften, en de soldaten aan 't front moeten de geruststelling hebben: „voor de onzen wordt gezorgd". De ongewapende luchtbescherming behoort in hetzelfde stelsel, waartoe ook de gewapende behoort. Maar — en dit is het voornaamste — zij beiden behooren tot een nog breeder stelsel, waarvan de hoofdzaak is: de aanval op de „vijandelijke" bevolkingscentra. „Ofschoon het noodzakelijk zal zijn", schreef Sir Hugh Trenchard, de chef van de Engelsche Imperial Air Staff, „om eenige verdedigingsmiddelen te hebben, ten einde het moreel onzer eigen bevolking op te houden, is het nog veel meer noodzakelijk, het moreel der vijandelijke bevolking neer te drukken, want geen ander middel kan den oorlog beëindigen." Dit is de slot-scène en de slotbeteekenis van het systeem „luchtbescherming", waarvan de eerste, onschuldig-lijkende, maar (voor Defensie) onmisbare acte is: de komedie met kelders, zandzakken op zolder, en gasmaskers voor zieken en zuigelingen.

„Maar", vraagt men ons uit den treure, „gij moogt over die maatregelen van defensie denken wat gij wilt, maar wannéér men nu toch menschen beschermen kan (of dit nu een groot of klein percentage is, doet er niet toe), dan moogt gij 't toch niet nalaten! Het gaat toch niet alleen om uw leven, óók om dat van anderen!" Ons antwoord is: wanneer het door ons gevloekte oorlogssysteem, wijl het nog altijd door de meerderheid gehuldigd wordt, ons luchtaanvallen bezorgt, en we weten dat het volk met die kelderij en maskerij voor 3/4. of 9/10 bedrogen wordt en straks, bij den eersten stevigen aanval, gruwelijk uit den droom ontwaken zal, dan is het de vraag, wat de voorkeur verdient: door zijn weigering meehelpen, aan het volk de technische en moreele waarheid voor te houden, öf: mee-

Sluiten