Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreemde vrouwen en het dienen van vreemde goden, het kruisen van hun ras. Daardoor bereidden zij zich vele jaren van lijden, daar die lagere eigenschappen op den duur zouden uitzweren". In den loop der eeuwen zouden zij wederom wijzer worden, het beste zou blijven leven, hun verborgen spiritualiteit zou weder opbloeien, steeds zou die het weer winnen. In den Bijbel wordt dit herhaaldelijk beschreven als „een overblijfsel". Met dat „overblijfsel" wordt dan niet alleen bedoeld een Semitische reincultuür, maar meer qualitatief het spiritueele goddelijke in iedere menschenziel, in iedere volksziel, dat per slot wederom te voorschijn zal moeten komen, om zich te doen gelden als meester van de materieele opvattingen, het zinnenleven.

Zooals reeds vroeger werd opgemerkt, splitsten de Al-Israëlieten zich na den dood van Salomo in twee rijken. Het Noordelijke Koninkrijk^wederom Israël genaamd, dat van huis uit onder Ephraim stond, schijnt zijn Koningen gekozen te hebben.

De bewoners — Israëlieten in engeren zin waren geen Joden. Alleen het Zuidelijk Koninkrijk Juda werd door de Joden d. z. de drie stammen van Juda, Levi en Benjamin bewoond.

Wel was Levi, de priesterstam, ook in het Noordelijke Koninkrijk geweest, doch zoo gauw zich dit rijk had afgescheiden, had de nieuwe Koning onmiddellijk maatregelen genomen, om te zorgen, dat zijn nieuwe rijk niet meer zou staan en niet wederom zou kunnen komen onder invloed van Jeruzalem en de Levieten.

Hij had dadelijk tempels opgericht om het symbool van Ephraïm, n.m. den Stier, te doen aanbidden, en had daartoe nieuwe priesters aangesteld — niet uit den stam der Levieten — terwijl hij deze laatsten gauw over de grens naar Juda liet trekken, naar den Tempel in Jeruzalem, trouw als zij waren, aan Jehovah en aan dien Tempel.

In het verheidenschte Noordelijke Israël, bleven dus toch tien stammen over — Manasse inbegrepen, welke stammen ongeveer 750 jaar v. C. verbannen zouden worden en waarvan men steeds het spoor bijster zou blijven, daar zij zich zoo zouden vereenzelvigen met de heidenen.

Hun diepere aantrekkingskracht tot God zouden zij echter

Sluiten